Catalogus Hareng Saur – Ensor en de hedendaagse kunst
door Dorothee Cappelle
De expo Hareng Saur confronteerde James Ensor op een intelligente en gelaagde manier met hedendaagse kunstenaars als Thomas Hirschhorn, Bruce Nauman, Francis Alys, Enrique Marty en Marlene Dumas. Het resultaat was zonder meer sprankelend. En dat geldt evenzeer voor de bijhorende catalogus.
Geen gebrek aan initiatieven rond Ensor in 2010. Om de honderdvijftigste verjaardag van de Oostendenaar luister bij te zetten, werden her en der tentoonstellingen en projecten gepresenteerd. Eén daarvan was Hareng Saur: Ensor en de hedendaagse kunst, een gezamenlijke productie van S.M.A.K. en het Museum voor Schone Kunsten – wat mij betreft het hoogtepunt van het Ensorjaar. De Oostendse kunstenaar werd er zonder pardon uit zijn historische context gelicht en pal tussen een internationale schare hedendaagse kunstenaars geplaatst.
De publicatie bij Hareng Saur – Ensor en de hedendaagse kunst is niet opgevat als een klassieke tentoonstellingscatalogus waarin alle geëxposeerde werken netjes staan opgelijst, afgewisseld met diepgravende essays. In deze tweetalige Nederlands-Engelse publicatie is welgeteld één dergelijk essay te vinden. Dit boek is geen naslagwerk. Het is in de eerste plaats een kijkboek. Een boek om van te proeven, om van tijd tot tijd te doorbladeren en de beelden en (korte) kunstenaarsstatements op je in te laten werken.
Hier komen immers vooral de kunstenaars zelf aan het woord. Werk van James Ensor staat ongedwongen naast dat van Anne-Mie Van Kerckhoven, Thierry De Cordier, Raymond Pettibon of Cindy Sherman. Als lezer/kijker word je zo aangespoord om associaties te maken tussen de afbeeldingen. Je laat je spontaan meevoeren in de overeenkomsten in kleur, lijn, licht, thematiek of toets. De bladschikking laat je tussen de lijnen lezen. Zowel de beleving van het Ensoriaanse oeuvre als van dat van de actuele kunstenaars wordt er rijker van.
En dat geldt net zozeer voor de tien statements van actuele kunstenaars die her en der in het boek verspreid staan. In fragmentarische stukjes laten ze de lezer/kijker even binnengluren in hun denkwereld. Emilio López-Menchero’s (zelf)portret Trying to be James Ensor hoor je haast luidop tot stand komen. Fascinerend hoe een jonge Spaanse Belg en een oude Britse Belg elkaar vinden via een bloemenhoed, symbool voor “het verraad van de uiterlijke schijn”. Enrique Marty blijkt vooral onder de indruk van Ensors hang naar het groteske en de dubbelzinnigheden die in zijn werk schuilen. Zijn Fear and Megalomania in Fifteen Different States (Saint Anthony) wordt in een heel ander licht geplaatst als je er Ensors Verzoeking van Sint-Antonius naast ziet. Maar niet elke kunstenaar houdt het bij een realistische, ernstige getuigenis over Ensors invloed op zijn eigen werk. Sommigen creëren een eigen mythe, een eigen verhaal vol dubbele bodems en humor. Elly Strik en Thomas Kowalski zetten – net zoals James Ensor hen dat op magistrale wijze voordeed – zelf een masker op. Strik door een verhaal te verzinnen over Helena Petrovna Blavatsky, een Russische heks en inspiratiebron voor Ensor. Kowalski door schijnbaar nonchalant te bekennen dat hij het graf van de schilder heeft leeggeroofd en zijn beenderen in zijn schilderijen heeft verwerkt. Dergelijke statements dragen misschien niet zo heel erg veel bij tot onze beleving van hun en Ensors oeuvre; ze zijn wel bijzonder leuk om lezen.

Enrique Marty, 'Fear and megalomania in fifteen different states (Saint Anthony)', 2010, Courtesy DEWEER gallery
Alleen jammer dat de oorspronkelijk Franse titels van Ensors werken in deze publicatie verdwenen zijn. De titel van de tentoonstelling verwijst ontegensprekelijk naar het taalgevoel en de voorliefde voor taalspelletjes van de Oostendse meester. Iets wat op bijzondere wijze tot uiting komt in Ensors titelgebruik. Hareng Saur is ontleend aan het schilderij Squelettes se disputant un hareng saur waarbij iets banaals als ‘hareng saur’ (een gerookte haring) als ‘art Ensor’ gelezen kan worden. Meteen een flinke sneer richting Ensors critici. Zonde dat dit geestige, maar bijtende en gelaagde aspect van zijn oeuvre – op een aantal verwijzingen in het woord vooraf en het inleidende essay na – hier niet ten volle aan bod mocht komen.
Maar misschien ben ik te streng. Als deze fraaie en uiterst gedocumenteerde catalogus één ding aantoont, dan is dat James Ensor blijft boeien. Niet alleen omwille van zijn intrigerende oeuvre en persoonlijkheid, maar vooral omdat zijn verrassend tijdloze werk actuele kunstenaars blijvend inspireert. Ensoriaans als synoniem voor hedendaags en heerlijk tegendraads.
Hareng Saur – Ensor en de hedendaagse kunst liep in het MSK en S.M.A.K. van 30 oktober 2010 tot 27 februari 2011.
Bestel de catalogus via de website van S.M.A.K.




One comment