Interviews kunstenaars Joy and Disaster

Tamás Kaszás, Zsolt Tibor, Emese Benczúr, Little Warsaw (András Gálik en Bálint Havas), Ádám Kokesh, Dezso Szabó, Adrián Kupcsik en SZAF (Miklós Mécs en Judit Fisher)

Het uitgangspunt van de tentoonstelling Joy and Disaster is een evaluatie van de thema’s die dertig jaar geleden aan de basis lagen van de tentoonstelling Prospect 80/1, met zes kunstenaars uit het toen communistische Hongarije, geselecteerd door Jan Hoet.
Het engagement van de kunstenaars toen vindt vandaag weerklank in het werk van Tamás Kaszás, Zsolt Tibor, Emese Benczúr, Little Warsaw (András Gálik en Bálint Havas), Ádám Kokesh, Dezso Szabó, Adrián Kupcsik en SZAF (Miklós Mécs en Judit Fisher). Deze kunstenaars buigen zich nog steeds over politieke, historische en sociale thema’s en de relatie tussen kunst, maatschappij en gemeenschap. Joy and Disaster tracht de maatschappelijke positie van de hedendaagse Hongaarse kunstenaar te interpreteren en gaat na hoe die sinds 1980 geëvolueerd is.

Zsolt Tibor (1973)
Maakt installaties met papier, objecten en muurtekeningen. Projecties op de muur maken de kijker onzeker over wat hij ziet: een projectie of een tekening op de muur. Dit samenspel van materialen en technieken geeft het werk zijn bijzondere vorm. De gelaagdheid herinnert ons aan de verschillende facetten van zijn onderwerp. De alledaagse voorwerpen en instrumenten op papier balanceren op de grens met de abstractie, waardoor hun betekenis onzeker wordt. Ook de verbinding tussen de thema’s in Tibors werk is eerder triviaal: industrialisatie en design zonder gevoelsexpressie.

 

Emese Benczúr (1969)
Installatiekunstenaar in wiens werk materieel onderzoek, de tekst als boodschap en het samenspel tussen de waarneming, illusie en herkenning van structuur centraal staat. Ze maakt vooral in situ installaties waarbij de ruimte en het publiek een prominente rol krijgen. Benczúr werkt met opvallende materialen die de toeschouwer onmiddellijk aanspreken. De echte betekenis, met name de verborgen tekst, kan enkel gezien worden wanneer men door het werk heen wandelt. Een metafoor voor de manier waarop we kunst ontdekken en exploreren.

Tamás Kaszás (1976)
In zijn werk focust Kaszás op politieke, historische en sociale vraagstukken. Zijn werk wordt gekenmerkt door complexe voorstellingen en verenigt alle associaties die m.b.t. een onderwerp mogelijk zijn met een persoonlijke visie. Kaszás is geïnteresseerd in de verandering van ideologieën en dat in relatie tot onze natuurlijke behoefte aan democratie en vrijheid. Zijn werk vindt zijn basis in de expressie van subculturen. Kaszás werkt vaak samen met andere kunstenaars. Dat is ook het geval in deze tentoonstelling. Voor dit werk, waarin tekeningen, projecties en dia’s samengebracht zijn, werkte hij samen met Eniko Lóránt. Hij brengt politieke en historische voorstellingen bijeen, analyseert ze en voorziet ze van een persoonlijke commentaar, waarin hij zijn impressies van de historische ontwikkelingen en zijn onzekerheid over de toekomst uitdrukt.

Ádám Kokesh (1973)
Maakt installaties met objecten die hij op een ongewone manier in de tentoonstellingsruimte plaatst. Voorwerpen uit doe-het-zelfzaken en handgeschilderde transparante objecten brengt hij samen en verbindt hij door middel van bouwkundige verbindingsstukken en andere industriële technieken. Dit resulteert in werken waarvan de functie onduidelijk is, maar die een sterk esthetisch karakter hebben. Vormelijk zijn de werken gerelateerd aan het modernisme, de in onze wereld overlevende utopieën, architectuur en design. Kokesh plaatst de werken zo in de ruimte dat de toeschouwer twijfelt of wat hij ziet deel is van het gebouw waarin de tentoonstelling plaatsvindt of van het kunstwerk zelf.

Adrián Kupcsik (1969)
Hedendaagse kunst is in Kupcsiks ogen verplicht om in te gaan op actuele, eigentijdse kwesties. Het is belangrijk dat de kunst die inhoudelijk aankaart, maar ook de manier waarop die problemen vormelijk weergegeven worden is van belang. Aan de basis van Kupcsiks werk ligt een logica die refereert aan diagrammen. Die drukken de structuren van historische of politieke situaties uit, industriële processen of, recent, een voorstel om de wereldproblemen op te lossen door huizen te ontwerpen die getoond worden in een gedeconstrueerd, axonometrisch perspectief. Het resultaat is een complex concept over wat hedendaagse kunst is en hoe deze contact met het publiek toelaat.

Little Warsaw
Het kunstenaarskoppel András Gálik (1970) en Bálint Havas (1971) focust op historisch erfgoed dat aanleiding geeft tot actuele politieke situaties. Dit vindt uiting in installaties en beeldhouwkundig werk. Hun vraagstelling is gerelateerd aan lokale identiteit, veranderende ideologieën en de politieke gevolgen ervan. Meestal gaan ze op een situatiespecifieke manier tewerk en vertrekken ze vanuit een lokale problematiek. Door hun onderwerp aan de lokale situatie aan te passen willen ze de relatie tussen de maatschappij, gemeenschap en kunst verdiepen.

Dezső Szabó (1967)
Oorspronkelijk actief als schilder, is Szabó vandaag vooral bezig met fotografie en dat vanuit een conceptueel standpunt. Door beelden uit de media te banaliseren en stereotiepe voorstellingen en composities in zijn werk te hernemen, problematiseert hij de relatie tussen de voorstelling en de werkelijkheid. Met zijn werk levert hij kritiek op het gemak waarmee we mediabeelden voor waar aannemen. De voorstelling van politieke gebeurtenissen, zoals terrorisme of natuurlijke fenomenen, zoals tornado’s en aardbevingen, op televisie of in magazines doet Szabó af als constructies die slechts zijdelings verwant zijn aan de realiteit.

SZAF
SZAF is een occasionele samenwerking tussen de kunstenaars Judit Fisher (1981) and Miklós Mécs (1981). Hun samenwerking resulteert veelal in ruimtelijke installaties waarin verschillende kunstwerken, van popobjecten tot conceptuele interventies, samenkomen. Hun centrale onderwerp is vrijheid van expressie. Hun werk kan gecategoriseerd worden als ironisch neo-conceptuele installatiekunst en roept vragen op in verband met waarden en waardesystemen. Het kapitalisme, het financiële systeem, religie en conversatisme zijn daarbij hun belangrijkste doelwitten.

De tentoonstelling Joy and Disaster loopt van 26.03 tot 05.06.2011 in S.M.A.K.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>