TRACK wordt een unieke kunstervaring in de stad Gent. Peter Buggenhout is één van 41 internationale kunstenaars die werden uitgenodigd om nieuw werk te creëren.
door Carmen Van Cauwenbergh
Kunstenaars die consequent een heldere levensvisie omzetten in kunst, komen we niet alle dagen tegen. Maar Peter Buggenhout is er één van. Al enige tijd hard aan het werk in de periferie begint hij nu stilaan ook nationaal meer bekendheid te verwerven. Op uitnodiging van S.M.A.K. maakt hij in de voormalige boksclub The Golden Gloves een werk voor de stadstentoonstelling TRACK.
Aan de hand van een maquette begint Buggenhout bezield te vertellen over zijn nieuwe werk: “Wat ik nu maak zijn twee gigantische objecten die op elkaar geplaatst worden en waartussen onderdelen van andere materialen worden geschoven. Je kan het zien als lege dozen of schelpen, opgebouwd uit materiaal dat herkenning oproept maar toch ook weer niet. Het valt niet eenduidig te plaatsen. Ik wil deze indrukwekkende ruimte volstouwen met niets, met leegte.”
Waar Buggenhout in zijn vorige werken de huid van het materiaal centraal stelde, komt de focus nu meer te liggen op de ervaring van de toeschouwer: “Meestal werk ik met stof, bloed, ingewanden en haar, maar deze keer is de huid van het materiaal rauwer. Door het reusachtige formaat wordt de fysieke ervaring primordiaal. De toeschouwer voelt zich een mier tussen al die grote volumes die vervaarlijk boven onze hoofden zweven. De ‘boodschap’ blijft wel dezelfde als in mijn andere werken.”
Een boodschap, of eerder een persoonlijke opstand, die ontstaan is tijdens de wiskundelessen en die ondertussen uitgegroeid is tot een waar levenswerk: “Wiskunde probeert aan de hand van vereenvoudigingen en simplificaties de illusie te wekken dat je alles kan oplossen. Dat is een Godsgedachte. Maar uiteindelijk kan je maar een heel klein deel van het geheel begrijpen. Verwijzend naar zijn eigen werk stelt Buggenhout dat hij enkel abstract kan werken omdat hij het juist over dit niet begrijpen heeft: “Je kan uiteraard niet ontsnappen aan herkenbaarheid. Mensen scannen en klasseren onophoudelijk hun omgeving. Maar ik probeer met mijn werk weg te gaan van dat automatisme. De toeschouwer kent noch de oorsprong noch de uiteindelijke bestemming van het object dat niet volledig te begrijpen of te herkennen is. We worden nochtans dagelijks geconfronteerd met situaties die we niet kunnen inschatten, alleen stellen we ons daar geen vragen bij. Ik probeer situaties te creëren waar die verwondering wel plaats kan vinden en waar de vraagstelling ruimer is; hoe zit alles in elkaar? We weten het niet. Wanneer mensen naar mijn werk kijken, moeten ze hun beeld voortdurend bijstellen om uiteindelijk te besluiten dat ze het moeten nemen zoals het is.”
“Dat is niet zo vanzelfsprekend, mensen aanvaarden het abstracte nu eenmaal niet zo gemakkelijk. Ik merk wel dat het nu al beter gaat dan vroeger maar dat heeft misschien meer te maken met de tijdsgeest. De economische perikelen, de bankencrisis; geen mens die daar nog iets van begrijpt, de logica achter het hele systeem is dan ook al lang zoek. Je kan het vergelijken met een zak die volgestouwd wordt met allerlei informatie die iedere dag in iets anders resulteert. Sinds de renaissance had de mens de illusie dat deze wereld te bemeesteren of beheersen valt en dat er een logica achter schuilgaat, al dan niet door God geschapen. Momenteel zitten we aan het einde van een tijdperk waarbij we tot de conclusie zijn gekomen dat dat niet zo is. Wanneer we de wereld globaal bekijken, zien we dat er geen lijn of richting aanwezig is en dat niet alles tot een goed einde wordt gebracht, maar omdat we al zo lang leren om structureel te denken en te geloven in die lijn of richting, heeft de mens het moeilijk om deze gedachte los te laten. Dat houdt mij bezig en ik geef mezelf als taak middelen te zoeken om hiermee om te gaan, om de probleemstelling te formuleren en oplossingen te bedenken. In het formuleren van de probleemstelling ben ik, denk ik, wel al geslaagd maar dat is uiteraard nog maar de helft van de oplossing.”
Deze probleemstelling wordt geformuleerd via sculpturen en niet meer via schilderkunst, een medium dat Peter Buggenhout al enige tijd achter zich heeft gelaten: “Schilderkunst wordt automatisch gecodeerd als de representatie van iets dat buiten de schilderkunst staat, zelfs bij abstracte schilderijen. In de jaren 60 zijn er een paar kunstenaars in geslaagd om het schilderij van zijn betekenis te ontdoen maar ook dat is doodgelopen in een relatief formeel gegeven waarbij iets alleen nog naar zichzelf verwijst. Ik heb dat onderzoek voor mezelf helemaal overgedaan maar rond mijn 30ste ben ik uiteindelijk gestopt met schilderen. Schilderkunst is symbolisch, net als video, film, theater en dans. Een object daarentegen heeft de mogelijkheid om autonoom te zijn. Symbolische werken kunnen wel abstract zijn maar uiteindelijk gaat het daarbij niet over de abstractie. Ze kunnen ergens een abstrahering van maken, wat dan ook foutief als abstract wordt gezien, maar in essentie heeft dat er niks mee te maken. Iets is enkel abstract wanneer je het geen naam meer kan geven, wanneer alle kaders zijn weggevallen. Is een vierkant abstract? Nee. Het is niet omdat iets niet figuratief is, dat het abstract is. Dat is een te gemakkelijke categorisering van de dingen.”
Ik vraag mij af of dat de reden is waarom hij een voorliefde heeft voor bepaalde Afrikaanse kunst. In deze kunstvormen wordt immers veel minder een opdeling gemaakt van de dingen en staan kunst en leven bijgevolg veel dichter bij elkaar: “Ik weet niet of het te maken heeft met het feit dat kunst dichter bij het leven staat. Het heeft vooral te maken met een handeling tegenover de omgeving, een omspringen met. De Fon (de grootste bevolkingsgroep in Benin, West-Afrika, nvdr.) maken een beeldje van een Godheid maar bekleden het daarna met bloed, meel, maniok en eieren. Gaandeweg wordt dat een toren en transformeert het in iets anders. Het beeldje wordt beladen met handelingen en betekenissen die niet noodzakelijkerwijs aan de vormgeving van het beeld kleven. Om dezelfde reden ben ik geïnteresseerd in de Chinese Scholar rocks. Het zijn één van de weinige dingen die op dezelfde manier functioneren van wat ik wil doen. Het is een analoge manier van werken in plaats van een symbolische en dat vind ik een belangrijke benadering van de dingen. Je kijkt niet naar een afbeelding van iets maar naar het ding zelf. Wij zijn gaandeweg onze ‘directheid’ verloren, die ongezouten benadering van de dingen waarbij ze zijn wat ze zijn, de mens verdoezelt liever. Vroeger werd mij dikwijls verweten dat ik brute kunst maakte, kunst die niet verfijnd genoeg was of niet interessant omdat het vanuit de buik gemaakt werd. Maar het is niet omdat iets rauw is dat het vanuit de buik is.”
“Afbeeldingen maken kan zeker ook interessant zijn maar aan de andere kant, het is al zoveel gedaan en draagt maar weinig bij aan de problematiek die ik wil onderzoeken; waarom kunnen wij niet om met deze wereld. In die zin kan kunst die dicht bij het leven staat wel oplossingen aanbieden. Ik moet nu ook denken aan de film Les Maîtres fous van Jean Rouch waarin gezegd wordt dat rituelen kunnen helpen als bewapening tegen het turbulente leven.”
Esthetiek is daarbij ook van ondergeschikt belang: “Een kunstwerk is een manier om over iets te spreken en of dat nu mooi of lelijk is, dat maakt niet veel uit. Net als bij mensen, iemand kan uiterlijk mooi of lelijk zijn maar schoonheid zit in veel andere dingen. Ik vergelijk mijn werk echt met personen, het zijn persoonlijkheden. Eigenlijk is het een vraag die niet gesteld moet worden. Mooi, lelijk, goed, slecht, dat brengt ons terug naar die simplificaties. Ik probeer dat af te zetten.”
Het onderzoek dat Buggenhout voert, is nog lang niet afgerond en net als bij de probleemstelling wil hij zijn oplossingen op uiteenlopende manieren benaderen en via verschillende beelden vormgeven. “Het probleem of de onmogelijkheid van de mens om om te gaan met de wereld is zo fundamenteel dat daar een leven mee valt te vullen. Met taal is de kern nu wel al gezegd maar met mijn beelden ben ik nog lang niet uitgepraat.”
Meer info op www.track.be
Beelden: Opbouw Peter Buggenhout ©gianninaurmenetaottiker



