‘Conflicts’ are allowed. Martin Germanns visie op de collectiepresentatie in S.M.A.K.

door Joris D’hooghe

Sinds hij er eind 2012 werd aangesteld als senior curator, werkt Martin Germann in S.M.A.K. samen met Philippe Van Cauteren en de curatoren aan de weg die het relatief jonge Gentse instituut naar de museale volwassenheid moet leiden. En dit met zorg en respect voor de geschiedenis. “Want het is de geest van oppositie die de ontstaansgeschiedenis van S.M.A.K. heeft gekenmerkt,” aldus Germann, “die ook in de toekomst door onze zalen moet waren.”

De Collectie_Liam Gillick

Voor Martin Germann aan de slag ging in Gent, was hij actief als curator voor kestnergesellschaft Hannover, en werkte hij aan solotentoonstellingen en publicaties van onder meer Michaël Borremans en Joachim Koester. Als een van de drijvende krachten achter MADE IN GERMANY ZWEI bracht hij daarnaast de actuele Duitse kunst in kaart. Ook in S.M.A.K. is hij vastberaden aandacht te schenken aan de jonge generatie. Geïnteresseerd in wat er leeft in het plaatselijke artistieke milieu steunt hij platformen waaraan het museum meewerkt, zoals ‘Het Pavilioen’, een nieuwe samenwerking met HISK en KASK, en het jaarlijkse ‘Coming People’. Bovendien beschouwt hij de jonge kunstenaar als de uitgelezen pendant om in dialoog te treden met de gevestigde waarden in een museumcollectie.

Zich bewust van de geschiedenis van S.M.A.K. (de nomadische collectie vond pas in 1999 onderdak in het huidige gebouw) wil hij met een focus op onder meer de werking van het conservatiedepartement inzetten op enkele voor het grote publiek eerder ‘onzichtbare’ aspecten van het museum, waarvan hij de collectie op termijn naar een nieuw gebouw ziet verhuizen. Gevraagd naar de rol die het museum in de XXIe eeuw kan vervullen, refereert hij aan een plaats waar ruimte is voor ‘productieve schizofrenie’. Een plaats die de toeschouwer een open alternatief biedt voor de steeds verder rationaliserende buitenwereld, maar waar tegelijkertijd grenzen worden opgezocht.

De Collectie_Alexandra Mir, The Big Umbrella

Het werpen van een blik op de collectie van S.M.A.K. vormt dan ook een van de speerpunten van Germanns activiteit als curator. Zo biedt hij in de huidige, eigenzinnige collectiepresentatie geen chronologische kader van minimal, concept of land art, maar zet hij het werk van onder meer Lili Dujourie, Lawrence Weiner en Richard Long in om stil te staan bij enkele pertinente vragen. Hoe positioneert de mens zich in de hem omringende wereld? Of hoe wordt onze omgeving bepaald door de integratie van architecturale modellen? “Kunst,” zo vertelt hij, “stelt zich tot doel de situatie waarin het zijn beschouwer dwingt in vraag te stellen.” Germanns visie op de collectiepresentatie getuigt van een frisse insteek. Zo wil hij, vertrekkend bij de klassiekers, in verschillende formats een vervolgtraject ontwikkelen rond kunstenaars als, om er maar een paar te noemen, David Hammons, Reinhard Mucha, Robert Gober, Cady Noland of Michael Buthe, om op die manier – samen met het museumteam – nieuwe accenten toe te voegen aan de specifieke geschiedenis van de plek. Een nieuwe richting die in de herfst al voelbaar wordt met een tentoonstelling met Richard Ventlet, een kunstenaar die vanuit zijn perspectief intensief aan de slag gaat met de collectie – en haar hiaten.

Op het moment waarop ik hem sprak, maakte Germann zich op voor een tocht met een zeilboot. En laat deze betekenisvolle omzwerving hem in beste Broodthaers-traditie uiteindelijk opnieuw naar het museum gebracht hebben.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *