Presentie en presentatie (3) – Wat de waarheid ons zegt, zonder het lawaai van woorden

In dit derde deel van deze blogbijdrage belicht Martin Desloovere vanuit theatraal oogpunt opnieuw een sculptuur uit de S.M.A.K.-tentoonstelling rond Berlinde De Bruyckere: ‘J.L.’ (2005-‘06). Zowel de dramatiek van de sculptuur zelf, als die van de manier waarop het werk in de ruimte is opgesteld, worden scherper belicht. Het sluitstuk van een boeiende trilogie.

J.L.-dirk-pauwels_web
J.L. (2005-’06) (c) Dirk Pauwels

Ook de sculptuur ‘J.L.’ verkeert in een dualiteit die vergelijkbaar is met die van de sculptuur ‘Hanne’. De trapjes opstijgend en binnenstappend in de kabinetten van de bovenverdieping van het museum, zien we ons plots geconfronteerd met een beroerend beeld in de verte. Het is met één spot in de ruimte geïsoleerd en dit op een behoorlijk duistere plek. Een mens zit er te balanceren bovenop een ‘sokkel’ die bestaat uit twee op elkaar gestapelde en aan elkaar bevestigde houten zitkrukken. In zichzelf gerold, met sterk gekromde rug, helemaal binnenwaarts gekeerd, opzij beschermd door zeer dunne, krachteloos lijkende benen, de knieën helemaal tot op schouderhoogte opgetrokken. De huid van het personage is vaal van kleur, met hier en daar rood en blauw van bloed en aderen, kleuren die de laatste jaren steeds verfijnder ‘onderhuids’ door De Bruyckere worden aangebracht.

Ook deze figuur roept, naar mijn gevoel, in zijn eerste verschijning vooral breekbaarheid, ziekelijkheid en in zichzelf wegvluchtende angst op. Maar het spotlicht is ook hier zacht en warm – én – onthult dat de rug twee ruggengraten heeft. Dit geeft de figuur een onverwachte sterkte en beklemtoont tegelijk zijn aanwezigheid: ‘J.L.’ blijft wel degelijk zijn plek innemen. Hij verschrompelt niet helemaal tot een ‘hoopje mens’.

Op één zitkruk zou hij tegenover de staande toeschouwer lager zitten. De dubbele kruk geeft hem echter niet alleen meer ondersteuning, maar verhevigt ook zijn presentie, brengt hem zowat op dezelfde hoogte van het bovenlichaam van ons, bezoekers, die hem in een gebaar van medeleven, bescherming, troost of juist ‘ter versterking’ een arm om de (zo goed als volledig ingetrokken) schouders zouden kunnen leggen.

Mee gedragen door de vermelde, fijne theatrale ingrepen, tonen de besproken sculpturen zich als typische uitingen van dualiteiten waarrond veel werk van Berlinde De Bruyckere draait: ziekte en weerstand, kwetsbaarheid en weerbaarheid, dood en leven, verdwijning en verschijning, aftakeling en schoonheid, pijn en extase…

Over dit alles spreken de kunstwerken via hun beeldende intensiteit in een woordeloze maar veelzeggende verstilling. En precies daardoor overweldigen ze mij. Voor het werk van Berlinde De Bruyckere lijkt volop de titel van toepassing waarmee de Nederlandse componist Louis Andriessen het derde deel van zijn orkestwerk Mysteriën (2013) benoemde: “Wat de waarheid ons zegt, zonder het lawaai van woorden”.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *