n! – Over het werk van Jef Geys

De kern van het oeuvre van Jef Geys wordt vaak teruggevoerd op een verstrengeling van leven en kunst. Een verstrengeling die haast letterlijk mag worden genomen. Want bovenal heeft zijn werk een erg persoonlijk, introspectief, zelfs autobiografisch karakter. Criticus Wim Van Mulders wees er ooit op hoe Geys als kunstenaar “tegen en buiten de mode” opereert en kenmerkte zijn werk als handelend over “het zinloze van museumtentoonstellingen”. Het mag dan ook duidelijk zijn dat Geys’ doortocht in S.M.A.K. een reeks vragen oproept. Vragen die, net zoals de kunstenaar het zelf graag ziet, wellicht nooit eenduidig beantwoord zullen worden.

door Joris D’hooghe

JefGeys_blog
Jef Geys | Affichebeeld

Het banale / Balen

Bij de ingang van de tentoonstelling in S.M.A.K. loopt de bezoeker langs een grote sculptuur. Ze stelt een pop voor die door Geys wordt gebruikt als instrument bij het “trachten te begrijpen” van reflecties over kunst opgesteld in een ondoordringbaar jargon. Bij het lezen van dergelijke reflecties maakt hij er een gewoonte van om de complexe woorden te markeren en ze nadien over te schrijven op de sculptuur. In S.M.A.K. wordt een selectie uit dit kunstkritisch jargon uitvergroot op de wand weergegeven. Sommige begrippen worden herhaald. Zelfkritiek. Zelfpromotie. Realisme. Het triviale. Medewerkers. Proletariaat. Werkende Klasse. Productie. De herhalingen lijken zich voor te doen als een boodschap, alsof Geys er discreet mee wil aangeven vanuit welke invalshoek zijn werk kan worden gelezen. Een idee dat meteen de strijd aangaat met de manier waarop hij zelf als kunstenaar in de wereld staat. Geys houdt er niet van geïnterviewd te worden om zijn werk toe te lichten. Hij is ervan overtuigd dat elke interpretatie iets toevoegt aan het debat. Daarom geeft hij de toeschouwer bewust geen leesrichting mee. Voor de tentoonstelling in S.M.A.K. moedigt hij de bezoeker aan om met het gepresenteerde werk een eigen verhaal te vormen.

Tentoonstelling-Jef-Geys,_b
Koffieonderleggersdagboek | (c) Dirk Pauwels

Hoewel Geys’ oeuvre geen vaste invalshoek voor interpretatie voorstaat, wordt het toch gekenmerkt door een constante vooringenomenheid met het banale. Merk op dat dit woord maar een letter verschilt met de plaatsnaam Balen. Dit Balen, waar Geys woont en werkt en waar hij jarenlang plastische kunsten aan de Rijksmiddenschool heeft gedoceerd, vormt een centraal referentiepunt in zijn werk. Zo worden zijn tentoonstellingen sinds 1969 vergezeld van zogenaamde “Kempens Informatiebladen”. Ook realiseert hij sinds enkele jaren het sterk met Balen verweven “Koffieonderleggersdagboek”, een reeks waarvoor hij tijdens zijn dagelijkse bezoeken aan een plaatselijk café koffieonderleggers beschrijft met de opmerkelijkste krantenkoppen. De aandacht voor het banale blijkt verder uit het werk waarmee hij in 1986 deelnam aan de stadstentoonstelling “Chambres d’Amis”: in enkele interieurs in een Gentse achterbuurt monteerde hij een reeks deuren, bedrukt met de leuze van de Franse revolutie: Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid. Een van deze deuren staat nu in S.M.A.K.

Kunst = Leven

Jef-Geys_blog
Jef Geys | Gesloten Archief | 1957 | (c) Dirk Pauwels

Een van de opmerkelijkste aspecten van Geys’ oeuvre is het immense bestand aan “sporen uit zijn persoonlijk leven” die de kunstenaar sinds 1957 bij elkaar brengt. Illustratief hiervoor is het werk “Gesloten Archief”: een onder plexiglas geplaatste, hermetisch afgesloten, meterslange rij archiefmappen. De inhoud van de mappen kan niet langer worden geraadpleegd, maar ligt wellicht in de lijn van de massa persknipsels, tekeningen, afgedrukte e-mails, foto’s en brieven die aan de museumwanden hangen en die inkijk bieden in leven en werk van de kunstenaar. Veel van die documenten zijn gemarkeerd met de stempel “ARCHIEF JEF GEYS”. De objectieve manier waarop de documenten worden gepresenteerd, doet ze lijken op feitenmateriaal.

Een mogelijke inhoudelijke lijn om met Jef Geys’ werk een eigen verhaal te maken, wordt gevormd door de stukken met documentaire, kunsthistorische kwaliteit. Zo is er de brief van de Parijse galerie Ileana Sonnabend uit 1966, waarin Geys als reactie op het inzenden van zijn portfolio wordt meegedeeld dat er “voor de dingen die hij (deed)” wellicht geschiktere galeries te vinden zijn. Zo vinden we ook notities terug die handelen rond Geys’ deelname aan “Chambres d’Amis” en is er een brief waaruit zijn engagement voor het kunstenaarsstatuut blijkt. Verder lezen we een pamflet gericht tegen galeriehouder Fernand Spillemaeckers’ publicatie “Deurle 73” en hangt er een foto van het klaslokaal waarin Geys zijn kunstlessen gaf. In een van de hoeken van de ruimte is een sculptuur van Didier Vermeiren te zien.

Tentoonstelling-Jef-Geys,-S
Jef Geys | Archief | 1957 – … | (c) Dirk Pauwels

In hun samenhang schetsen deze documenten een discreet beeld van Geys’ aanwezigheid in de recente Belgische kunstgeschiedenis. Een interpretatie die binnen het overkoepelende archief zowel ontoereikend als onvolledig blijkt. Het verbinden van deze stukken is een van de vele manieren waarop het archiefmateriaal kan worden gelezen. Dit helemaal in de geest van het boek “362.880 x Jef Geys” van streekgenoot Walter van den Broeck. Want net zoals het getal in deze titel verwijst naar de faculteit van 9, het aantal verschillende volgordes waarin de 9 hoofdstukken van het boek gelezen kunnen worden, bestaan er n! volgordes waarin Geys’ archief gelezen kan worden. Een veelheid aan interpretaties die nog altijd blijft uitdeinen. Bij elke nieuwe toevoeging genereert Geys’ archief een hele reeks nieuwe betekenissen.

Naar aanleiding van Geys’ deelname aan de Biënnale van Venetië in 2009 typeerde Dirk Snauwaert hem samen met generatiegenoten Marcel Broodthaers en Panamarenko als een van de “illustere en grensverleggende” Belgische kunstenaars. Met deze tentoonstelling in S.M.A.K. wordt duidelijk dat deze kwaliteit van zijn oeuvre zich vooral uit in een streven naar het opheffen van grenzen. Waar kunst gericht is op de elite, integreert Geys zijn werk in het interieur van de Werkende Klasse. Waar kunst haar aura ontleent aan haar opstelling in het museum, leidt Geys ze binnen in de wereldlijke werkelijkheid van een klaslokaal. En waar kunst het gewone leven lijkt te overstijgen, laat hij beide met elkaar vervloeien. De Nederlandse museumdirecteur Wim Beeren noemde Marcel Broodthaers ooit de mytholoog van de rubricering. Naar analogie hiermee geldt Jef Geys als de mytholoog van de archivering. Maar wellicht brengt Geys dergelijk jargon liever thuis op een van zijn poppen. n!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *