Poëtische en mentale cartografie van Lois Weinberger en Ante Timmermans

door Elke Couchez

Een thematische rode draad in de collectiepresentatie Tomorrow Is The Question is het spanningsveld  tussen natuur en cultuur. Natuur en cultuur worden er niet voorgesteld als hiërarchisch tegengesteld. Integendeel. In twee grote tekeningen die tegenover elkaar staan opgesteld bijvoorbeeld, brengen Lois Weinberger en Ante Timmermans eerder de raakpunten en mogelijkheden van de geordende en organische ruimte in kaart.

In Untitled (2006) herleidt Ante Timmermans de stad tot een lineair agglomeraat. De dunne lijnen ontwikkelen zich koortsachtig op het vel om vervolgens koppig tegen de vleug in te gaan. Ze reproduceren zich tot er een oncontroleerbaar kluwen ontstaat, een duizelingwekkende constructie van lijnen. Dit is een stad zonder vluchtpunten, een stad zonder rust voor het oog. Door de lijnen niet samen te ballen in een centraal punt, miskent Timmermans de kijker het plezier van het overzicht. Untitled is niet vatbaar in een oogopslag. De kijker – die in het perspectivische systeem de wereld als een maakbaar en manipuleerbaar gegeven overschouwt – wordt hier alle autoriteit ontnomen.

Timmermans ontwikkelt een alternatieve cartografie. De wereld die hij in kaart brengt is niet gestructureerd volgens formele systemen. Op zijn kaarten worden geen plaatsen van sociaal, economisch, historisch of politiek nut aangeduid, maar mentale fragmenten. Untitled is een mind map. De tekenkunst is het medium bij uitstek om zo’n mentale bouwwerf te evoceren. Ze is vluchtig en haar lijnen vertellen en verhaal van beweging en ontembare groei.

Een gelijkaardige uitdaging van de klassieke cartografie is merkbaar in Lois Weinbergers Fieldwork (2002), dat recht tegenover Timmermans Untitled is opgesteld. Door middel van enkele lijnen maakt Weinberger een grafische vereenvoudiging van een (fictieve) stad. In tegenstelling tot de klassieke stadskaart – die aan de hand van straatnamen de historiciteit en/of de maatschappelijk functie van een plaats aanduidt – vult Weinberger de kaart met woorden die moeilijk geklasseerd kunnen worden.

Anything, struggling, arbitrary, elaboration, tendency, growth, position, descent, outside, limited, cognition, rhizom

Faith, relegion, orthodoxy, ethical

Peackock butterfly, crab, molecules, wings, parasite

Weinberger wil door middel van deze woordcombinaties aan “poëtisch politiek veldwerk”doen.(1) In tegenstelling tot de klassieke cartografie vertellen de lijnen op de kaart de gebruiker niet waar te wandelen, noch waar de grenzen van het in kaart gebrachte gebied zich bevinden. Weinbergers kaart is er evenmin op gericht de gebruiker zo snel en zo efficiënt mogelijk van de ene plaats naar de andere te brengen. Integendeel, Fieldwork is een verhaal van omwegen en doodlopende straatjes. De kaart leidt naar ‘lege plekken’ in plaats van naar bezienswaardigheden. Die interesse voor het wasteland – dat kan worden geïnterpreteerd als verloren land of lege plaats – is kenmerkend voor het volledige oeuvre van Weinberger. De kijker volgt een mentaal traject over het grote vel papier: de woorden leiden hem naar grensgebieden, naar de holen en spleten van de stad. Omdat die aspecten van de stad zelden worden opgenomen in de stadskaart, worden ze hier ‘lege’ – nog niet ingevulde – plekken genoemd. Door middel van enkele lijnen en willekeurig gekozen woorden brengt Weinberger een nog onontgonnen gebied in kaart. Hij creëert potentiële ruimte. Die ruimte is meerlagig: ze wordt niet enkel bepaald door nut of planning, maar omvat eveneens het natuurlijke, het organische, het mentale enz.

Weinbergers interesse in de gelaagdheid van de stad doet denken aan de praktijken van de Situationistische Internationale. Guy Debord, stichtend lid van de beweging, gebruikte de term ‘psychogeografie’ om de geografische kenmerken van een gebied te verbinden aan menselijke emoties en handelswijzen. Tijdens dwaaltochten (dérives) trachtten de situationisten de stad in haar verschillende facetten kaart te brengen. Choreograaf Martin Nachbar, die de techniek van de dérive toepast in zijn hedendaagse dansvoorstellingen, schrijft hierover: “Wanneer we een wandeling door een van de steden beginnen, proberen we gaten te vinden, scheuren in de officiële kaarten, zodat we er doorheen kunnen kruipen en de stad op een andere manier in kaart kunnen brengen dan de manier die we in onze reisgidsen terug kunnen vinden.”(2)

Weinberger tekent de stad als een weefsel van belangen en verlangens van al haar bewoners. De stad groeit zowel systematisch, door de planning van stadsontwikkelaars, als organisch en ongecontroleerd. Net zoals bij Timmermans Untitled ontstaan op de intersectie van twee lijnen ontmoetingen en verbindingen, maar ook botsingen en breuken. Dergelijke lijnen beschrijven en bepalen de stad. Door deze lijnen in kaart te brengen creëren zowel Timmermans als Weinberger niet enkel een potentiële ruimte, ze verwerkelijken haar ook. Beide kunstenaars hebben als doel een scheur te maken in de kaart, maar tegelijkertijd de daardoor ontstane nieuwe ruimte ‘in kaart te brengen’.

De tentoonstelling Tomorrow Is The Question loopt tot 26.02.2012 in S.M.A.K.

 Bibliografie:

(1)Lois en Franziska Weinberger, tent. cat., Gent, Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent, 2005.

(2) Martin Nachbar, ‘Hoe word ik een indringer, of: hoe maak ik een scheur in de kaart? Dérive en choreografie als kritische stedelijke praktijken’, Etcetera, 23, 99 (2005): 36.

One Reply to “Poëtische en mentale cartografie van Lois Weinberger en Ante Timmermans”

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *