TRACK | Een nieuw S.M.A.K.-tijdperk

door Joris D’hooghe

Enkele maanden geleden realiseerde S.M.A.K. met de aankoop van de publieke helft van Daniel Burens Le Décor et son Double een van de meest markante collectietoevoegingen van de laatste jaren. Midden 2012 vindt in Gent het groots opgezette TRACK plaats, een nieuwe stadstentoonstelling die de thuishaven van initiatiefnemer S.M.A.K. meer dan ooit als cultuurstad op de kaart wil zetten. Het directe verband tussen beide? De erfenis van voormalig museumdirecteur Jan Hoet, die opvolger Philippe Van Cauteren vandaag naar zijn hand zet.

Toen Jan Hoet Gent in 1986 tot het toneel maakte van de stadstentoonstelling Chambres d’Amis, wist hij in één adem zijn vermaardheid als curator te bezegelen. Tot ver over de landsgrenzen heen, trouwens. De kern van het concept achter Chambres d’Amis bestond uit de manier waarop Hoet – toen directeur van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent – het publiek wilde confronteren met kunst. Zoals de Italiaanse criticus Pier Luigi Tazzi in Artforum stelde, was Hoet erin geslaagd de traditionele tentoonstellingstructuur uit verband te halen, door de problematiek van “context” – al dan niet museaal – bij het bepalen van wat kunst is, aan de orde te brengen. Hoet had een vijftigtal kunstenaars gevraagd een ingreep te realiseren in een aantal privéwoningen in de Gentse binnenstad. Woningen die per definitie ontoegankelijk zijn, maar die nu tijdelijk werden opengesteld. Wie ze betrad, kon er werken bekijken van ondermeer Panamarenko, Joseph Kosuth en Daniel Buren in een context die tegelijk als museaal en als niet-museaal fungeerde. Niet-museaal omdat de alledaagsheid van de bezochte leefomgevingen in niets herinnerde aan het steriele karakter van het museum als instituut. Museaal omdat het initiatief achter het kunstenparcours in de stad uitging van het gezaghebbende museum zelf.

Ondanks het lof voor Hoet bleef Chambres d’Amis niet vrij van controverse. In De Witte Raaf noemde Wouter Davidts tentoonstellingen als Chambres d’Amis naar aanleiding van de vervolgtentoonstelling Over the Edge uit 2000 weinig meer dan een wanhopige tegenreactie op de steeds luider klinkende institutionele kritiek die voortkomt uit het kunstenaarsveld. “Het museum wil er niet van verdacht worden achter de nieuwe kunstvormen aan te lopen, en verzint daarom een antwoord op de massale museumvlucht. Het wil zelf vertrekken,” aldus Davidts. De meest directe kritiek op Chambres d’Amis werd echter geformuleerd door Daniel Buren, een van de deelnemende kunstenaars zelf. Met Le Décor et son Double realiseerde deze een werk voor Chambres d’Amis dat bestond uit twee complementaire helften, waarvan er zich een bevond in het Museum, en een in de woning van de collectioneurs Anton en Annick Herbert. Aan de muren van een echte gastenkamer bij de Herberts en van een replica ervan in het Museum had Buren zijn kenmerkend strepenmotief dusdanig aangebracht dat de muren op de ene locatie enkel bovenaan, en op de andere enkel onderaan bekleed waren. De twee helften werden denkbeeldig van elkaar gescheiden door het diagonale raakvlak dat door de specifieke ingreep op de muren was ontstaan, en de totaliteit van het werk kon enkel worden ervaren wanneer beide helften in de herinnering van de toeschouwer met elkaar werden versmolten. Hiermee wilde Buren aantonen dat het “dubbelzinnig discours van de niet-noodzakelijkheid van het museum” bij het tentoonstellen van kunst in de publieke omgeving stoelt op een misvatting. Hoewel Hoet zou getracht hebben de tegengestelde indruk te wekken, toonde Buren met zijn werk aan dat Chambres d’Amis wel degelijk een museumtentoonstelling was. In hun specifieke context werden de publiek geachte privéwoningen door het museum “opgeslokt”. De toeschouwer die zich in de publieke ruimte waande, bevond zich wel degelijk in een door het museumsysteem gecontroleerde werkelijkheid. Kortom, Hoet zou zich bezondigd hebben aan een vorm van museale misleiding. Met de aankoop van Le Décor et son Double wist huidig S.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren dan ook een openstaande rekening te vereffenen. Chambres d’Amis maakt een van de meest essentiële hoofdstukken uit van de geschiedenis van het Gentse Museum, en door het werk dat het concept van de stadstentoonstelling van binnenuit van een vlijmscherp commentaar heeft voorzien aan zijn collectie toe te voegen, lijkt Van Cauteren erin geslaagd te zijn de kritiek erop te neutraliseren.

Jan Fabre, Over the Edges (2000)

Maar er is meer. De aankoop van Le Décor et son Double wordt opgevoerd als een brug naar TRACK, waarmee Van Cauteren terugplooit op de S.M.A.K.-traditie die Hoet wist te initiëren door de stadstentoonstelling in Gent tot een fenomeen te maken. De specifieke manier waarop de recente collectietoevoeging werd voorgesteld aan de pers, maakt echter dat Van Cauteren de indruk wekt vandaag net af te rekenen met deze fase uit de geschiedenis van zijn museum. Toen Van Cauteren in 2004 na de minder geslaagde doortocht van tussenpaus Peter Doroshenko de leiding nam over het Gentse museum voor actuele kunst, werd hij in de media meteen in verhouding geplaatst tot Hoet. Wat in feite niet hoeft te verbazen. Hoets sterk gemediatiseerde persoonlijkheid als het gezicht van het S.M.A.K. heeft Van Cauteren immers belast met een bezwaarde erfenis. Wie een vergelijking maakt tussen het directoraat van Hoet en dat van Van Cauteren, zou kunnen concluderen dat de museale periode van hoogconjunctuur met het vertrek van Hoet een einde nam. In 2006 signaleerde De Morgen al een “historisch dieptepunt” wat het bezoekersaantal voor het museum betreft. Het publiek leek de weg naar S.M.A.K. niet meer te vinden. Feit is dat er na het vertrek van Hoet geen evenementen meer in het museum plaats vonden die breed uitgesmeerd werden in de pers, waardoor het S.M.A.K. vervaagde op de radar. Van Cauteren organiseerde geen mosselsoupers om de aankoop van werk van Marcel Broodthaers onder de aandacht te brengen, en stapte ook niet in de boksring om het S.M.A.K. zelf in de kijker te plaatsen. Vergeleken met zijn voorganger wordt Van Cauteren dan ook wel eens als “minder communicatief” omschreven. Wat niet noodzakelijk een probleem hoeft te zijn, gezien het beleid van een museumdirecteur in de eerste plaats gericht hoort te zijn op de kwaliteit van de museale werking, en niet zozeer op het uitstallen van het museum als consumptiegoed. En op dat vlak scoort het S.M.A.K. onder Van Cauteren, die zich vooral richt op de geïnteresseerde museumbezoeker, eerder dan op de op amusement beluste cultuurtoerist, uitstekend. Nu ziet het er echter naar uit dat Van Cauteren vanaf 2012 niet enkel meer bekend zal staan omwille van een kwaliteitsvol museumbeleid alleen, maar dat hij ook voor het grote publiek uit de schaduw van zijn voorganger Hoet zal treden. En dat heeft alles te maken met TRACK. Met de stadstentoonstelling TRACK brengt Van Cauteren een opgemerkt laatste eerbetoon aan voorganger Hoet. Een theatraal maar vooral symbolisch moment. Een moment van afrekening met het verleden om de poort naar de toekomst te openen. En dat, zo blijkt, dus eerder uit noodzaak dan uit keuze. Met TRACK laat Van Cauteren het S.M.A.K. balanceren op een scharnier, alvorens de start van een nieuw era in de geschiedenis van het museum in te luiden. Alvorens er zelf een eigen weg mee in te slaan.

Met de aankoop van Le Décor et son Double vereffende Van Cauteren een openstaande rekening. Met de inrichting van TRACK als vervolg op Chambres d’Amis en Over the Edge boogt hij op een bestaande traditie. Toen Hoet de Prijs Algemene Culturele Verdienste 2010 werd toegekend, waarschuwde hij in Knack voor een fundamentele desinteresse voor de eigen geschiedenis in het breed culturele veld. Een waarschuwing waaraan nu net door de instelling die hijzelf op de kaart heeft weten te plaatsen, gevolg wordt gegeven. Door zich te verankeren in de traditie van het eigen museum en er tegelijk komaf mee te maken, creëert Van Cauteren een vruchtbare akker, en het is dan ook uitkijken naar de manier waarop deze bewerkt zal worden. Het post-Hoet tijdperk lijkt definitief te zullen aanbreken, een scharniermoment in de geschiedenis van het S.M.A.K. zich aan te kondigen. In het voorjaar van 2011 ontvouwde Van Cauteren al de door de incrowd bejubelde plannen rond de oprichting van een Marcel Broodthaerskabinet binnen de muren van het S.M.A.K., dat in de studie van het oeuvre van de Belgische avant-gardekunstenaar ongetwijfeld tot nieuwe inzichten zal leiden. In 2012 creëert Van Cauteren met TRACK een forum om zijn museale toekomstplannen nu ook voor te stellen aan het grote publiek. De media maken zich alvast op om hem de microfoon onder de neus en de lens voor het gezicht te duwen. Zal de S.M.A.K.-schoorsteen net op dat moment witte rook uitbraken?

TRACK  loopt van 12.05 tot 16.09.2012 op verschillende private en publieke ruimten in de stad Gent.

2 Replies to “TRACK | Een nieuw S.M.A.K.-tijdperk”

  1. Zo uitgesproken origineel was Jan Hoet nu ook weer niet met het Chambres d’Amis project.

    Dit schreef Giovanni Papini in “La sixième partie du monde” (1950):

    J’ai vécu pour la première fois, il y a un mois, la fameuse ‘journée de la fraternité’. Une antique coutume impose à tous les habitants de la ville de tenir ouverte les portes de leurs maisons, de l’aube au coucher du soleil, de sorte que chacun soit libre d’entrer dans les demeures d’autrui…..les visiteurs, si tel est leur bon plaisir, peuvent regarder sans un mot et s’en aller…..Je fus attiré par une maisonnette à un seul étage, peinte d’un bleu délavé…..
    – Entre librement,….Peut-être qu’on t’a parlé de ma collection, et que tu as envie de la voir.

  2. Olá Ԛue pergunta rápida do completamente оff-topic. Você sаbе comο tornar ѕeu site
    móvel amigável? Meu web site parece estranho գuando navegação do mеu iphone4 .
    Estou а tentar encontrar um tema ou plugin գue poɗe ser capaz
    de correto isto ediçãο. Se você tiver
    quаlquer recomendaçõеs, рor favor, compartilhe.
    Muitο obrigado!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *