Loops: concert door SPECTRA ensemble | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt

Nog tot 14 februari 2016 kan je in S.M.A.K. een ongewoon kunstwerk bewonderen: Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt. Bij dit werk ontwikkelde het SPECTRA ensemble een reeks van vier concerten met focus op minimal music. De opvoering van het derde concert in de reeks vindt plaats op 21 januari. Martin Desloovere woonde in december het tweede concert ‘Loops’ bij met focus op componist William Basinski. In dit stuk lees je meer over de componist en de bijzondere wijze waarop zijn bekende Disintegration Loops ontstonden.

spectra
Sol LeWitt, Wall Drawing Nr.36 | Intersecting Bands of four Colors (Black – Blue – Red – Yellow) from four Directions – 90 cm wide (symmetrically) (1970)

Voor hun tweede concert in deze reeks stelde SPECTRA ensemble een programma rond het fenomeen ‘loops’ samen. Eerst kwamen twee tapewerken aan bod die bijzonder belangrijk zijn (geweest) voor de ontwikkeling van elektronische en avant-garde muziek en geluidskunst. We luisterden naar een opname van Steve Reichs vroege werk met gemanipuleerde geluidsband Come Out (1966). Daarna werd met hedendaagse muzieksoftware een live-versie van Alvin Luciers I Am Sitting in a Room (1969) opgevoerd.

Na deze ook vandaag nog boeiende openers was het tijd voor The Disintegration Loops 1.1 van William Basinski in een bewerking voor Continue reading “Loops: concert door SPECTRA ensemble | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt”

Minimale klanklandschappen | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt

Nog tot 14 februari 2016 kan je in S.M.A.K. een ongewoon kunstwerk bewonderen: Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt. Het voorbije jaar organiseerde S.M.A.K. in relatie tot dit werk verschillende kabinettentoonstellingen en performances. Daarnaast ontwikkelde het SPECTRA ensemble een reeks van vier concerten met focus op minimal music. De opvoering ervan start op 12 november. Met dit stuk geeft Martin Desloovere alvast een voorsmaakje.

spectra
Sol LeWitt, Wall Drawing Nr.36 | Intersecting Bands of four Colors (Black – Blue – Red – Yellow) from four Directions – 90 cm wide (symmetrically) (1970)

Als minimalist en conceptualist vond Sol LeWitt dat het idee voor een kunstwerk belangrijker was dan het resultaat. Zijn muurtekeningen verspreidde hij in de vorm van ruwe schetsen met bijhorende beschrijving. De eigenlijke tekening realiseerde de kunstenaar meestal niet zelf. Zijn Wall Drawing Nr.36 maakt deel uit van de S.M.A.K.-collectie. Het museum voerde het werk voor het eerst sinds 1999 opnieuw uit en dit keer op een ongeziene grootte: een wand van 20 meter breed op 8 meter hoog.

Het resultaat is fascinerend in zijn Continue reading “Minimale klanklandschappen | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt”

‘De Laatste Steen van België’ verhuisd

Jarenlang was ‘De Laatste Steen van België’ (1979), een kunstwerk van architect, urbanist en kunstenaar Luc Deleu (°1944, Duffel, B), geïntegreerd in de wand achter de S.M.A.K.-balie. Een tijdje was hij uit het zicht verdwenen. Maar nu is hij opnieuw te zien en wel als allereerste kunstwerk wanneer je S.M.A.K. binnenwandelt.

de laatste steen
Luc Deleu, ‘De Laatste Steen van België’ (1979), collectie S.M.A.K., schenking Wanda Reiff 1996

Met ‘De Laatste Steen van België’ hekelt Luc Deleu op een ludieke manier de bouwwoede in ons land. Vanuit het idee dat België decennialang werd volgebouwd met ondoordachte bouwsels die worden verward met architectuur de naam waardig, ontwierp hij een ‘laatste steen’. Deze steen werd ingemetseld aan de ingang van S.M.A.K., een publiek gebouw en een plek waar je normaal een ‘eerste steen’ verwacht.

Architectuur is voor Luc Deleu een vorm van beeldend, sculpturaal en politiek denken dat diepgaand reflecteert over de verhouding tussen publieke en private ruimte. In 1970 stichtte hij T.O.P. office: een studiebureau rond stadsontwikkeling en architectuur. Vertrekpunt, motivatie en doel van het bureau waren het bevragen van architectuur en urban design en de maatschappelijke positie en functie ervan. Al snel raakte Deleu ervan overtuigd dat onze steden in veel opzichten zouden verbeteren als de ruimtelijke impact van (ge)bouwen zoveel mogelijk zou worden gereduceerd. Vooral minder bouwen was de boodschap. De razendsnelle evolutie van communicatie en mobiliteit zou het, volgens Deleu, mogelijk maken om opnieuw een meer nomadisch leven te leiden. Bijgevolg zouden fysieke gebouwen aan belang verliezen. De eerste projecten van T.O.P. office benadrukten dan ook de rijke mogelijkheden van mobiliteit in het nadeel van de starre onbeweeglijkheid van vastgoed. Ze spraken het privilege van gebouwen als leef- en werkaccommodatie tegen.

Samen met zijn echtgenote Laurette Gillemot (°1946) en enkele medewerkers ontwikkelt Deleu nog steeds visionaire, soms naar het utopische neigende ideeën rond urbanisatie waarbij spitsvondig wordt ingespeeld op de ecologische, economische, culturele, sociale, geografische en bestuurlijk-politieke realiteit en toekomst.

Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68 – Barry Flanagan

‘Untitled (Sculpture)’ van Barry Flanagan maakte deel uit van de in 1980 door Jan Hoet opgezette tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ’68’. Deze monumentale stalen sculptuur werd in het kader van genoemde tentoonstelling gerealiseerd in nauwe samenwerking met de Gentse staalfabriek Sidmar. In de huidige museale presentatie van het collectieonderzoek rond ‘Kunst in Europa na ’68’ is dit werk niet opgesteld. Tijdens de tentoonstelling in 1980 werd de sculptuur geïnstalleerd op het Sint-Pietersplein, voor de ingang van de abdij. Sinds april 2005 staat ze opgesteld aan Dok Zuid ter hoogte van de Dampoortbrug, in afwachting van een nieuwe locatie in de publieke ruimte.

Untitled (Sculpture) (1980), verwerving 1980

door Annelies Vantyghem

blanchka_120615160529_0001_sculpture
Barry Flanagan, Untitled (Sculpture) (1980)

Barry Flanagan (°1941 Prestatyn (GB) – +2009 Ibiza) ontwikkelt kunst vanuit wat hij concreet ervaart en houdt zich ver van theorieën en esthetisch-ideologische kwesties. Intuïtie bepaalt sterk zijn werk. De visuele eigenschappen van een materiaal bezitten, volgens hem, op zich voldoende kracht om zonder extra ideeën een interessant beeld te kunnen vormen. Elk materiaal heeft sculpturale capaciteiten. Het is aan de kunstenaar om ze voor zijn publiek zichtbaar te maken.

Flanagan vertrekt vaak van elementaire vormen. Voor ‘Untitled (Sculpture)’ werden een spiraal en een driehoek in een monumentale staalplaat van drie op zeven meter gesneden en vervolgens uit de plaat getrokken. Met deze sculptuur verkent Flanagan de spanningsvelden tussen twee- en driedimensionaliteit, tussen stabiel en instabiel, en tussen hard en zacht. Uit een plat stuk staal werd een ruimtelijk beeld ontwikkeld. De plaat kan zelfstandig rechtop staan, wat voor een plat vlak normaal gezien onmogelijk is. De kunstenaar relativeerde de stugheid van metaal door in de plaat te ‘knippen’ en ze te ‘vouwen’ als een blad papier.

Ander werk van Barry Flanagan in de S.M.A.K.-collectie:
* ‘Light on Light on Sacks’ (1969), verwerving 1978

Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68 – Anne & Patrick Poirier

‘La colonne pour la Villa Adriana’ van het kunstenaarsduo Anne & Patrick Poirier was te zien tijdens de in 1980 door Jan Hoet opgezette tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ’68’. In de huidige museale presentatie van het collectieonderzoek rond deze cruciale tentoonstelling in de geschiedenis van S.M.A.K. is het werk wegens zijn omvang niet opgesteld. Om deze reden zetten we het kunstwerk hier even extra in de kijker.

La colonne pour la Villa Adriana (1979), verwerving 1979

door Annelies Vantyghem

KiE_Piorier
Anne & Patrick Poirier, La colonne pour la Villa Adriana (1979)

Sinds hun samenwerking in 1970 creëren Anne (°1941, Nantes) & Patrick (°1942, Marseille) Poirier installaties die verwijzen naar vergane culturen en beschavingen. Vanuit een grote belangstelling voor de antieke wereld maken ze ogenschijnlijk wetenschappelijk verantwoorde schaalmodellen en artistieke reconstructies van archeologische vindplaatsen. Afwisselend benaderen ze de site als geheel of focussen ze zich op een welbepaald object of deel ervan. Installaties met nagemaakte brokstukken van klassieke gebouwen en beelden, soms louter gebaseerd op literaire, fictieve bronnen of antieke mythen, zijn het resultaat.

In 1977-‘78 bezochten Anne & Patrick Poirier de Villa Adriana, het in Tivoli bij Rome gelegen zomerverblijf van keizer Hadrianus. Hadrianus was Romeins keizer van 117 tot 138. Hij was bekend voor idealistisch-utopische vernieuwing op gebied van architectuur. Tijdens hun verblijf in Tivoli deden Anne en Patrick Poirier historisch onderzoek. Tegelijk verkenden ze hun eigen utopieën en inventies op artistiek vlak.

Gefascineerd door de ruïnes van de site ‘reconstrueerden’ ze het verleden en ‘herschiepen’ ze met ‘La colonne pour la Villa Adriana’ een restant van de villa in de vorm van een installatie: een enorme, in trommels uiteengevallen zuil. Puur vormelijk en los van elke anekdotiek evoceert dit werk als een soort prototype de oneindige mogelijkheden van creatie. Het artistieke universum van de Poiriers is een mythische wereld, waarin rationaliteit, harmonie en evenwicht worden benadrukt en verheerlijkt, alsof er niets anders bestaat dan perfecte vormen binnen een ideale wereld.

Tot vandaag is dit het enige werk van Anne & Patrick Poirier in de S.M.A.K.-collectie.

Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68

door Annelies Vantyghem

foto jan hoet
Jan Hoet tijdens de opbouw van ‘Kunst in Europa na ’68’

Met ’Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68’ grijpt S.M.A.K. terug naar een belangrijke tentoonstelling uit zijn geschiedenis: ’Kunst in Europa na ’68’. In 1980 wist toenmalig museumdirecteur Jan Hoet internationale aandacht te vestigen op het Museum van Hedendaagse Kunst. ‘Kunst in Europa na ‘68’ beïnvloedde niet alleen de bekendheid van het museum maar ook de aangroei en de betekenis van de museumcollectie. Voor het eerst waren er middelen beschikbaar om de collectie wezenlijk vorm te geven. Belangrijke kunstwerken als Panamarenko’s ’The Aeromodeller’, Joseph Beuys’ ’Wirtschaftswerte’ en topstukken uit de Italiaanse arte povera die Jan Hoet toen verwierf, zijn tot op vandaag sleutelwerken binnen de museumcollectie.

Dit feit vormde de aanleiding voor verdiepend onderzoek naar de betekenis van ‘Kunst in Europa na ‘68’ voor S.M.A.K. ’Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68’ is dan ook geen letterlijke reconstructie, maar brengt dit onderzoek artistiek en documentair in kaart. Archiefstukken geven inzicht in het ontstaan en het belang van de oorspronkelijke tentoonstelling. Een aantal kunstwerken die toen werden verworven en nog steeds tot de collectie behoren, zijn vandaag in de museumzalen te zien. Ook worden er andere collectiestukken getoond van kunstenaars die aan ‘Kunst in Europa na ‘68’ deelnamen en zowel voor als na 1980 voor het museum belangrijk zijn geweest.

Tot 15.03.2015 in S.M.A.K.

Via onderstaande link kan je een fragment bekijken uit 1980 uit het BRT-programma ‘Zomeragenda’ waarin Jan Hoet rondleidt tijdens de opbouw van de tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ‘68’. Featuring Jan Hoet en Joseph Beuys.

http://cobra.be/cm/cobra/videozone/rubriek/kunst-videozone/1.1007523

Uitgelicht | ‘Magdalena’ van Marlene Dumas

De collectie van S.M.A.K. in woord en beeld.

Met ‘RE: Painted’ wordt de benedenverdieping van S.M.A.K. gewijd aan de schilderkunst uit de collectie. Het schilderij ‘Magdalena’ (1995) van Marlene Dumas, te zien in de eerste zaal van de tentoonstelling, is één van de highlights uit de collectie.

door Inge Van Reeth

Marlene Dumas

‘Magdalena (Out of eggs, out of business)’ maakt deel uit van een reeks Magdalena’s. De Magdalena’s op de grote doeken zijn verzonnen wezens, gecreëerd op basis van een hele reeks reproducties, variërend van middeleeuwse devotionele afbeeldingen tot foto’s van hedendaagse supermodellen. Dumas noemt haar Magdalena’s de ‘onwettige dochters van Sandro Botticelli en Naomi Campbell, van Barnett Newman en Heidi’. Ze doemen op in het halfduister, staan in een irreëel, gedempt licht dat ontstaat door Continue reading “Uitgelicht | ‘Magdalena’ van Marlene Dumas”

Interview met de curatoren van ‘RE: Painted’

door S.M.A.K. en The Stargazer TV

‘RE: Painted’ is gewijd aan schilderkunst uit de museumcollectie. Over generaties, nationaliteiten en stromingen heen wordt gekeken naar hoe kunstenaars uit de collectie omgaan met enkele fundamentele vragen in de schilderkunst: het tentoonstellingsparcours loopt via figuratie over abstractie tot recente ontwikkelingen die het medium schilderkunst overstijgen.

Een interview met curatoren Dirk Pauwels en Thibaut Verhoeven:

RE: Painted | ‘Painting’ from the collection – S.M.A.K. from SMAKGent on Vimeo.

Video geproduceerd door The Stargazer TV

Uitgelicht | ‘Figure sitting’ van Francis Bacon

De collectie van S.M.A.K. in woord en beeld.

Met ‘RE: Painted’ wordt de benedenverdieping van S.M.A.K. gewijd aan de schilderkunst uit de collectie. Het schilderij ‘Figure sitting’ (1955) van Francis Bacon, te zien in de eerste zaal van de tentoonstelling, is één van de pronkstukken uit de collectie en werd in 1966 voor een prikje aangekocht door de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst.

door Inge Van Reeth

Francis Bacon

‘Figure sitting’ maakt deel uit van een omvangrijke reeks schilderijen die Francis Bacon maakte in de jaren 1950. Hij baseerde zich voor deze reeks op het portret van Paus Innocentius X (ca. 1650) van de Spaanse schilder Diego Velázquez (1599-1660). Bacon isoleerde en vervormde het portret van de paus, waardoor het Continue reading “Uitgelicht | ‘Figure sitting’ van Francis Bacon”

Via een klapdeur naar het ‘Museum for a Small City’ van Richard Venlet

door Pieter-Jan Cierkens

“To enter the museum one has to open the door.” Dit was de slotzin van de begeleidende nota van het project van architectenbureau Office voor een museum voor hedendaagse kunst uit 2004. Negen jaar later rakelden architecten Kersten Geers en Jan De Vylder deze bewering weer op als titel voor hun lezing in het kader van ‘Museum for a Small City’. En inderdaad, om Richard Venlets tentoonstelling te betreden, dien je – merkwaardig genoeg – een deur te openen. Een klapdeur nog wel, waarin langwerpige ramen aangebracht zijn.

foto 3

Binnen in de zaal doet een verhoogde vloer, afgewerkt in zacht vilt, dienst als fysiek platform voor Venlets project. De modulaire tegels bevinden zich middenin de opengewerkte tentoonstellingszaal en bakenen een ruimte af voor expositie, maar evenzeer voor discussie. Wat de bezoeker precies aantreft op het platform Continue reading “Via een klapdeur naar het ‘Museum for a Small City’ van Richard Venlet”

Uitgelicht | ‘Pyramide’ van Gerhard Richter

De collectie van S.M.A.K. in woord en beeld

Voor zijn tentoonstelling ‘Museum for a Small City’ in S.M.A.K. werkt Richard Venlet met kunstwerken, artefacten en documentatie uit de collectie en het archief van het museum. Met dat museummateriaal worden op een speciaal ontworpen platform steeds nieuwe constellaties samengesteld. Eén van de werken die uit het depot worden opgediept is de ‘Pyramide’ van Gerhard Richter.

door Inge Van Reeth

Gerhard Richter, Pyramide

‘Pyramide’ (1966) is een van de schilderijen gebaseerd op zorgvuldig uitgekozen foto’s uit de massamedia die Gerhard Richter, samen met zelfgemaakte familiefoto’s en ander werkmateriaal, systematisch verzamelt in zijn ‘Atlas’. Richter gebruikt de foto’s als ‘readymades’. Hij is niet geïnteresseerd in het onderwerp dat hij schildert, wel in het schilderen zelf en de spanningsvelden in de driehoeksverhouding tussen werkelijkheid, fotografie en schilderkunst.

In zijn zogenaamde photo-paintings, zoals ‘Pyramide’, vertrekt Richter Continue reading “Uitgelicht | ‘Pyramide’ van Gerhard Richter”

‘Conflicts’ are allowed. Martin Germanns visie op de collectiepresentatie in S.M.A.K.

door Joris D’hooghe

Sinds hij er eind 2012 werd aangesteld als senior curator, werkt Martin Germann in S.M.A.K. samen met Philippe Van Cauteren en de curatoren aan de weg die het relatief jonge Gentse instituut naar de museale volwassenheid moet leiden. En dit met zorg en respect voor de geschiedenis. “Want het is de geest van oppositie die de ontstaansgeschiedenis van S.M.A.K. heeft gekenmerkt,” aldus Germann, “die ook in de toekomst door onze zalen moet waren.”

De Collectie_Liam Gillick

Voor Martin Germann aan de slag ging in Gent, was hij actief als curator voor kestnergesellschaft Hannover, en werkte hij aan solotentoonstellingen en publicaties van onder meer Michaël Borremans en Joachim Koester. Als een van de drijvende krachten achter MADE IN GERMANY ZWEI bracht hij daarnaast de actuele Duitse kunst in kaart. Ook in S.M.A.K. is hij vastberaden aandacht te schenken aan de jonge generatie. Geïnteresseerd in wat er leeft in het plaatselijke artistieke milieu steunt hij platformen waaraan het museum meewerkt, zoals ‘Het Pavilioen’, een nieuwe samenwerking met HISK en KASK, en het jaarlijkse ‘Coming People’. Bovendien beschouwt hij de jonge kunstenaar als de uitgelezen pendant om in dialoog te treden met de gevestigde waarden in een museumcollectie.

Zich bewust van de geschiedenis van S.M.A.K. (de nomadische collectie vond pas in 1999 onderdak in het huidige gebouw) wil hij met een focus op onder meer de werking van het conservatiedepartement Continue reading “‘Conflicts’ are allowed. Martin Germanns visie op de collectiepresentatie in S.M.A.K.”