De Kronieken van een Museum | In donkergrijs verdriet

S.M.A.K.-medewerker Leen ontvangt dagelijks de museumbezoekers en houdt een dagboek bij. Deze keer pende ze haar impressies neer na het overlijden van Jan Hoet en de impact dat zijn heengaan had op de vele bezoekers.

door Leen Goossens, dinsdag 4 maart 2014, in donkergrijs verdriet

Voetjes schuifelen alsof het een trage volksdans is, over de donkere tegels van de museumvloer. Armen gezapig onder de oksels geplooid. Lichaamsgewicht dat sporadisch van links naar rechts herverdeeld wordt. Er is geen haast, er is alleen maar tijd. En veel geduld. Als water dat naar de zee vloeit, of euro’s naar de staatskas… ze komen er uiteindelijk allemaal. Een man met woestijnzand bruine Hercule Poirot-mantel  zit aan de kleine tafel van inox en draagt geluidloos zijn geschreven tekstje voor aan zichzelf (het is precies een hele boterham). De dames en heren netjes in de rij achter hem (ze zijn al met twintig, schat ik), geven geen zucht. Tijd zat. Voor de doden moet niet gehaast worden. De man staat op, neemt een gedenkprentje en knikt naar de grote foto op de tweede tafel. De slippen van zijn jas volgen hem gedwee het museum uit, een bezoek hoeft nu even niet.

JanHoet_blog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De hele dag door, al vier dagen op rij is het aanschuiven, al worden de kassa’s dit keer volledig links gelaten. Iedereen komt iets persoonlijks in zijn oor fluisteren, een laatste anekdote het papier toevertrouwen, een stukje rijmen-en-dichten of gewoon een eerlijke, warme wens voor de familie neerpennen. Een blijk van medeleven, elke keer een extra drupje donkergrijs verdriet dat bijdraagt aan de donderwolk boven ons gedeukte kunstminnend, mensenminnend, S.M.A.K.-minnend en  bovenal Jan-minnend hart.

Goé, meiske! Ik hoor het ‘m zo zeggen wanneer ik met een bonzend hart en een ongetwijfeld knalrode kop terug neerzijg in mij ‘Van Severen- stoel’ achter de balie. Ik heb net een man, de leeftijd van mijn vader, aan de deur gezet. Hij liep rond met twee vellen van het rouwregister onder zijn arm, en wapperde een derde in mijn gezicht – waarop Mr G. Belcanto zo blijkt, in sierlijke hanenpoten iets had neergepend. Of hij dit hier aan de balie kon aankopen, vraagt de man. Met een nog nét aanvaardbare/klantvriendelijke sneer mijnentwege, legt hij verschrikt de pagina’s terug neer… een kopietje, misschien? Had ik naar mijn innerlijke zwartgelakte duiveltje geluisterd, ik had ‘m toen macramé-gewijs samen geplooid en in de vijver tussen de (gemene!) ganzen gegooid, met twee verse Aernoudt-broden in zijn broek gestouwd. Gelukkig heb ik een goede opvoeding genoten (en heb ik voor ganzendrek te mooie schoenen aan)  en geraakt de man er zodoende met de schrik vanaf. Hij staat op een wip terug buiten met een kop nog roder dan de mijne. Goed zo, meiske, kwebbelt er één in mijn hoofd.

Den Hoet zou trots zijn, ik ben er zeker van.

 

Uitgelicht | ‘Magdalena’ van Marlene Dumas

De collectie van S.M.A.K. in woord en beeld.

Met ‘RE: Painted’ wordt de benedenverdieping van S.M.A.K. gewijd aan de schilderkunst uit de collectie. Het schilderij ‘Magdalena’ (1995) van Marlene Dumas, te zien in de eerste zaal van de tentoonstelling, is één van de highlights uit de collectie.

door Inge Van Reeth

Marlene Dumas

‘Magdalena (Out of eggs, out of business)’ maakt deel uit van een reeks Magdalena’s. De Magdalena’s op de grote doeken zijn verzonnen wezens, gecreëerd op basis van een hele reeks reproducties, variërend van middeleeuwse devotionele afbeeldingen tot foto’s van hedendaagse supermodellen. Dumas noemt haar Magdalena’s de ‘onwettige dochters van Sandro Botticelli en Naomi Campbell, van Barnett Newman en Heidi’. Ze doemen op in het halfduister, staan in een irreëel, gedempt licht dat ontstaat door Continue reading “Uitgelicht | ‘Magdalena’ van Marlene Dumas”

Richard Jackson | Handleiding voor ‘The Maid’s Room’

door S.M.A.K.

Richard Jackson_Manual
Richard Jackson, Manual of Instructions for “The Maid’s Room”, 2007 | Foto: Lucie Smets

Richard Jacksons kamergrote installatie ‘The Maid’s Room’ (2006-07) is een interpretatie van Marcel Duchamps ‘Étant donnés’ (1946-1966), zijn laatste, driedimensionale assemblage met een neerliggende naakte vrouw met gespreide benen. De versie van Jackson toont een Franse dienstmeid in dezelfde positie, maar met een verf-sproeiende stofzuiger in de hand. En in plaats van door de spleten in de deur, zoals in het origineel, gluur je naar het tafereel door een raam op een kier. Duchamp bundelde in een ringmap Continue reading “Richard Jackson | Handleiding voor ‘The Maid’s Room’”