… en toen werd Kreupelhout een Sprookjeswoud

door Annelies Vantyghem

Niet zo lang geleden, op een zondag in november, was er de magische ‘Kunstendag voor Kinderen’ en rilde er over de gevelde stronk en dorre takken van Berlinde De Bruyckeres sculptuur ‘Kreupelhout’ een gouden schittering. Kinderen van alle leeftijden met goede ogen en oren kwamen bergen over, voeren de langste rivieren af en reisden kriskras door alle landen om zich in S.M.A.K. knusjes op hun zitkussen te nestelen rond jeugdschrijver Bart Moeyaert. Met zijn verhaal ‘Luna van de boom’ bracht Bart het tere, kreupele hout van Berlinde even tot leven als een betover(en)de sprookjesboom die deed denken aan Ogentroost of Zielenrust of Harmonie.

Bart Moeyaert_blog-3a
(c) foto David Van Hecke

“Van alle koningen was deze koning de rijkste.” Zo opende Bart blootvoets zijn verhaal over een steenrijke koning die zich het hoofd brak over de wonderlijke boom in het midden van zijn tuin. De koning had zijn duurste schatten over voor een beetje informatie, en toen vernam hij via een oude man dit:

“De boom geeft zijn geheimen nooit prijs. In de hele wereld is er maar één boom als deze, en van de vruchten kunt u alleen maar dromen. Als kind heb ik van mijn oude oom gehoord dat de boom bij de eerste klokslag voor middernacht gouden knoppen krijgt, bij de vierde klokslag gouden bloesems, en bij de achtste gouden vruchten. Nog voor de laatste klokslag van twaalf uur is weggestorven, zijn die gouden vruchten al geplukt, en niemand weet door wie.” *

Berlinde De Bruyckere_S.M.A.K. 2014_©DirkPauwels_18
(c) foto Dirk Pauwels

Zodra de koning hoorde dat er met de boom goud te rapen viel, begon de hebzucht aan zijn neus te kriebelen. Eén na één stuurde hij zijn drie zonen op de boom af. En zoals het in sprookjes hoort, slaagde de derde prins in zijn opzet. In afwachting van het korte, precieze plukmoment van de gouden vruchten, richtte hij in tegenstelling tot zijn oudere broers geen vorstelijk feest in, maar ging hij rustig alleen onder de boom zitten en speelde op een zelfgesneden wilgenfluitje recht uit zijn hart een melodie die deed denken aan Ogentroost of Zielenrust of Harmonie. En toen begon het verhaal zich pas helemaal buitengewoon wonderlijk, zalig warm, superspannend, ongemeen grappig en verrukkelijk vertederend te ontrollen. We kunnen enkel nog verklappen dat de wens van de jongste prins zo mooi was dat zelfs de duivels een handje hielpen zodat ze uitkwam.

Tijdens Barts performance hoorden we in de ruisende wind gouden blaadjes ritselen en duivels konkelfoezen en gniffelen, zagen we de vrienden van de oudste prinsen voor onze ogen naar de gouden vruchten graaien en stegen we met de wind in onze haren haast mee op met de jongste prins richting Zwarte Stad. Hoe Bart ons dit mooie verhaal bij het kunstwerk ‘Kreupelhout’ deed beleven, zal een levendige herinnering blijven. Nu rest er alleen nog het prachtige prentenboek met de cd waarop Bart het verhaal voorleest, maar ook dat is zaligmakend!

* uit: ‘Luna van de boom’ (2000), een Slovaaks sprookje anders verteld door Bart Moeyaert met illustraties van Gerda Dendooven. ISBN 90-805417-1-0

Over Jean Schwind en de pastiche die kunst werd

In de context van de tentoonstelling ‘Schwind Foundation | Retrospectieve Jean Schwind’ gaan Hans De Wolf en Jan Ceuleers komende zondag 9 november om 12u in S.M.A.K. in gesprek over het belang van ‘appropriation’ in de actuele kunst en de rol die Jean Schwind daarin speelt. Prof. dr. Hans De Wolf doceert esthetica en kunstwetenschappen aan de VUB en is ook curator, onder meer van de tentoonstelling Master Mould and Copy Room in het CAFA Art Museum, Beijing, 21 oktober – 23 november 2014. Jan Ceuleers is onafhankelijk onderzoeker, maker van deze tentoonstelling en auteur van de bijhorende catalogus en website. Om u met dit gure herfstweer alvast warm te maken voor dit gesprek over de ‘bad boy’ van de Belgische kunst, dat zich ongetwijfeld geanimeerd en met de nodige, aan het onderwerp verschuldigde, ironie zal ontwikkelen, zetten wij graag het artikel in de kijker dat over deze tentoonstelling in rekto:verso verscheen:

door Joris D’hooghe

Het Gentse S.M.A.K. brengt met de retrospectieve Schwind Foundation een overzicht van de praktijk van Jean Schwind: een tegendraadse figuur die zich aan het begin van de jaren 1970 met een reeks artistieke ‘toe-eigeningen’ in de marge begaf en die het artistieke systeem van binnenuit wilde ontmantelen. Deze auteur van anti-kunst blijkt vandaag echter zelf één van de schakels in de Belgische kunst. Of hoe de beeldenstormer zelf tot kunstenaar verwerd.

Mysterieus, vluchtig (…)

63_D'hooghe_Jean Schwind_A notre cher art belgeSchwind, 1972_1975.jpg
Jean Schwind, A notre cher art belge/Schwind, 1972-1975

“A notre cher art belge.’ Wie de tentoonstelling Schwind Foundation betreedt – een initiatief van boekhandelaar Jan Ceuleers, die al jaren gefascineerd is door het personage Jean Schwind en die heel wat materiaal wist op te graven –,wordt verwelkomd met een boodschap die de teraardebestelling van de Belgische kunst suggereert. De woorden staan gedrukt op een tricolore lint, statig gedrapeerd over een zwart gespoten bloemstuk. Een rouwkrans als kunstwerk die de bezoeker meteen duidelijk maakt dat de maker zich niet vrijblijvend aan zijn artistieke praktijk heeft gewaagd. De naam Jean Schwind is het pseudoniem van filoloog, academicus en redacteur Jean Warie, die in 1969 met de tentoonstelling Schwind in de Brusselse Galerie Fitzroy het begin aanduidde van een artistieke loopbaan die zeven jaar zou duren. In deze periode stelde hij naast brutale erotische tekeningen ook een reeks pastiches van succesrijke kunstwerken tentoon. Gegroepeerd onder de noemer ‘hommages’ of ‘appropriations’ en letterlijk gepresenteerd als ‘collecties’, eigende hij zich de oeuvres toe van bekende kunstenaars als Marcel Broodthaers, Lucio Fontana en les nouveaux réalistes. Criticus Wim Van Mulders omschreef de interventies die zo tot stand kwamen als ‘anti-werken (…) die niet zozeer een kopie waren maar veeleer de constanten van bekende tendensen trachtten aan te duiden’. In mei 1976 verscheen een fictief overlijdensbericht in het tijdschrift +/-0 revue d’art contemporain: ‘Monsieur Jean – F. Warie SCHWIND – sans profession – décédé accidentellement à Survilliers (Seine – St. Denis).’ Een aankondiging die, aldus Van Mulders, ‘als de uiterste consequentie geldt van het pasticheren van het einde van een artistieke loopbaan.’ Continue reading “Over Jean Schwind en de pastiche die kunst werd”