Berlinde De Bruyckere. Verlijden tot een streling.

In S.M.A.K. vindt de eerste grote solotentoonstelling sinds jaren in België van Berlinde De Bruyckere plaats. Paarden hangen in de lucht, er spoelt een potvis aan, bomen groeien in kasten, bloederige geweien hangen aan de muur en torso’s zitten op krukken. Wie het verband vindt, wil het gebruiken. Maar we zijn in een museum: kijken mag, de gewonden verbinden niet.

door Bob Vanden Broeck

‘Ik kende de blik die ze dan had: het was de onderdanige, droevige blik van een ziek dier dat zich een paar passen van de meute verwijdert, zijn kop op zijn poten legt en zachtjes zucht, omdat het voelt dat het verloren is en weet dat het van de kant van zijn soortgenoten volstrekt geen medelijden hoeft te verwachten.’ – Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland

Een ruime zaal, maar toch krijg je het gevoel dat de muren naar elkaar toeschuiven, dat het plafond zachtjes naar beneden zakt, dat er uit alle openingen in de zaal plots raven, draken en bezemstelen zullen vliegen. Hier begint de tentoonstelling. Vier kasten staan in de white cube, glazen vitrinekasten, zoals je die vindt in een zoölogisch museum. Aan de muren prijken tekeningen. Onder een glazen stolp liggen gedeformeerde lichamen, gemaakt van was. Man noch vrouw noch mens. En toch al te menselijk. Hoewel van was, lijken het marmeren sculpturen, piëta’s. De Bruyckere pompt bloed in haar wassen beelden en kleurt ze met het rood van Titiaan. Hard marmer tegenover boetseerbare wax, beitels tegenover vingers.

63_vandenbroeck_Berlinde De Bruyckere in het SMAK 2_700.jpg
Berlinde De Bruyckere, Kreupelhout – Cripplewood (2012-’13), (c) Dirk Pauwels

De torso’s liggen onder een glazen stolp, historische relieken bijna. Kronkelende restanten, even luguber als sensueel. Continue reading “Berlinde De Bruyckere. Verlijden tot een streling.”

KASK-lezing Berlinde De Bruyckere – Over paarden- en andere huiden

Vorige donderdag 4 december ging Hans Theys tijdens een buitengewoon drukbezette KASK-lezing in gesprek met Berlinde De Bruyckere over de rol die textiel en de bewerking ervan spelen in haar werk. Emma Volckaert was ter plekke en pikte er voor ons enkele interessante anekdotes uit.

door Emma Volckaert

Al snel na de aankondiging van deze KASK-lezing oversteeg de populariteit van Berlinde De Bruyckere de grootte van de ruimte in de Bijloke waar de lezing oorspronkelijk was gepland. Op het Facebook-evenement reageerden zo maar even 933 gegadigden. Om een overrompeling te vermijden, werd de lezing verplaatst naar de Miryzaal van het Gentse conservatorium. Niet iedereen op de digitale gastenlijst hield woord, maar toch trotseerden enkele honderden geïnteresseerden de eerste winterkou. De helft ervan koos zelfs al een uurtje vooraf een goede zitplek uit om zeker niets te missen.

Zij die niet naar de lezing kwamen, hadden ongelijk. De Bruyckere is een fenomeen. Op een zeer informele en aangename manier ging het gesprek met auteur Hans Theys van start. Wat als een lezing over de rol van textiel in De Bruyckeres werk was aangekondigd, werd een samenraapsel van anekdotes. Maar daar was het publiek duidelijk voor gekomen. Los van zweverige praatjes die soms aan kunstenaars wordt gelinkt, slaagde De Bruyckere erin om haar passie en emoties helder uiteen te zetten.

Berlinde De Bruyckere, Lost I (2006), © MirjamDevriendt

Zo maakte ze via een aantal verhalen haar fascinatie voor paardenhuiden duidelijk. Ze vertelde onder meer dat ze jarenlang het magazijn van een huidenhandelaar in Anderlecht niet binnen mocht. Alsof het een schatkamer betrof, beschreef De Bruyckere hoe ze bleef ijveren voor een toegangsticket tot deze voor haar magische plaats. Continue reading “KASK-lezing Berlinde De Bruyckere – Over paarden- en andere huiden”

‘De Laatste Steen van België’ verhuisd

Jarenlang was ‘De Laatste Steen van België’ (1979), een kunstwerk van architect, urbanist en kunstenaar Luc Deleu (°1944, Duffel, B), geïntegreerd in de wand achter de S.M.A.K.-balie. Een tijdje was hij uit het zicht verdwenen. Maar nu is hij opnieuw te zien en wel als allereerste kunstwerk wanneer je S.M.A.K. binnenwandelt.

de laatste steen
Luc Deleu, ‘De Laatste Steen van België’ (1979), collectie S.M.A.K., schenking Wanda Reiff 1996

Met ‘De Laatste Steen van België’ hekelt Luc Deleu op een ludieke manier de bouwwoede in ons land. Vanuit het idee dat België decennialang werd volgebouwd met ondoordachte bouwsels die worden verward met architectuur de naam waardig, ontwierp hij een ‘laatste steen’. Deze steen werd ingemetseld aan de ingang van S.M.A.K., een publiek gebouw en een plek waar je normaal een ‘eerste steen’ verwacht.

Architectuur is voor Luc Deleu een vorm van beeldend, sculpturaal en politiek denken dat diepgaand reflecteert over de verhouding tussen publieke en private ruimte. In 1970 stichtte hij T.O.P. office: een studiebureau rond stadsontwikkeling en architectuur. Vertrekpunt, motivatie en doel van het bureau waren het bevragen van architectuur en urban design en de maatschappelijke positie en functie ervan. Al snel raakte Deleu ervan overtuigd dat onze steden in veel opzichten zouden verbeteren als de ruimtelijke impact van (ge)bouwen zoveel mogelijk zou worden gereduceerd. Vooral minder bouwen was de boodschap. De razendsnelle evolutie van communicatie en mobiliteit zou het, volgens Deleu, mogelijk maken om opnieuw een meer nomadisch leven te leiden. Bijgevolg zouden fysieke gebouwen aan belang verliezen. De eerste projecten van T.O.P. office benadrukten dan ook de rijke mogelijkheden van mobiliteit in het nadeel van de starre onbeweeglijkheid van vastgoed. Ze spraken het privilege van gebouwen als leef- en werkaccommodatie tegen.

Samen met zijn echtgenote Laurette Gillemot (°1946) en enkele medewerkers ontwikkelt Deleu nog steeds visionaire, soms naar het utopische neigende ideeën rond urbanisatie waarbij spitsvondig wordt ingespeeld op de ecologische, economische, culturele, sociale, geografische en bestuurlijk-politieke realiteit en toekomst.