Loops: concert door SPECTRA ensemble | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt

Nog tot 14 februari 2016 kan je in S.M.A.K. een ongewoon kunstwerk bewonderen: Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt. Bij dit werk ontwikkelde het SPECTRA ensemble een reeks van vier concerten met focus op minimal music. De opvoering van het derde concert in de reeks vindt plaats op 21 januari. Martin Desloovere woonde in december het tweede concert ‘Loops’ bij met focus op componist William Basinski. In dit stuk lees je meer over de componist en de bijzondere wijze waarop zijn bekende Disintegration Loops ontstonden.

spectra
Sol LeWitt, Wall Drawing Nr.36 | Intersecting Bands of four Colors (Black – Blue – Red – Yellow) from four Directions – 90 cm wide (symmetrically) (1970)

Voor hun tweede concert in deze reeks stelde SPECTRA ensemble een programma rond het fenomeen ‘loops’ samen. Eerst kwamen twee tapewerken aan bod die bijzonder belangrijk zijn (geweest) voor de ontwikkeling van elektronische en avant-garde muziek en geluidskunst. We luisterden naar een opname van Steve Reichs vroege werk met gemanipuleerde geluidsband Come Out (1966). Daarna werd met hedendaagse muzieksoftware een live-versie van Alvin Luciers I Am Sitting in a Room (1969) opgevoerd.

Na deze ook vandaag nog boeiende openers was het tijd voor The Disintegration Loops 1.1 van William Basinski in een bewerking voor Continue reading “Loops: concert door SPECTRA ensemble | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt”

Minimale klanklandschappen | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt

Nog tot 14 februari 2016 kan je in S.M.A.K. een ongewoon kunstwerk bewonderen: Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt. Het voorbije jaar organiseerde S.M.A.K. in relatie tot dit werk verschillende kabinettentoonstellingen en performances. Daarnaast ontwikkelde het SPECTRA ensemble een reeks van vier concerten met focus op minimal music. De opvoering ervan start op 12 november. Met dit stuk geeft Martin Desloovere alvast een voorsmaakje.

spectra
Sol LeWitt, Wall Drawing Nr.36 | Intersecting Bands of four Colors (Black – Blue – Red – Yellow) from four Directions – 90 cm wide (symmetrically) (1970)

Als minimalist en conceptualist vond Sol LeWitt dat het idee voor een kunstwerk belangrijker was dan het resultaat. Zijn muurtekeningen verspreidde hij in de vorm van ruwe schetsen met bijhorende beschrijving. De eigenlijke tekening realiseerde de kunstenaar meestal niet zelf. Zijn Wall Drawing Nr.36 maakt deel uit van de S.M.A.K.-collectie. Het museum voerde het werk voor het eerst sinds 1999 opnieuw uit en dit keer op een ongeziene grootte: een wand van 20 meter breed op 8 meter hoog.

Het resultaat is fascinerend in zijn Continue reading “Minimale klanklandschappen | bij Wall Drawing Nr.36 van Sol LeWitt”

n! – Over het werk van Jef Geys

De kern van het oeuvre van Jef Geys wordt vaak teruggevoerd op een verstrengeling van leven en kunst. Een verstrengeling die haast letterlijk mag worden genomen. Want bovenal heeft zijn werk een erg persoonlijk, introspectief, zelfs autobiografisch karakter. Criticus Wim Van Mulders wees er ooit op hoe Geys als kunstenaar “tegen en buiten de mode” opereert en kenmerkte zijn werk als handelend over “het zinloze van museumtentoonstellingen”. Het mag dan ook duidelijk zijn dat Geys’ doortocht in S.M.A.K. een reeks vragen oproept. Vragen die, net zoals de kunstenaar het zelf graag ziet, wellicht nooit eenduidig beantwoord zullen worden.

door Joris D’hooghe

JefGeys_blog
Jef Geys | Affichebeeld

Het banale / Balen

Bij de ingang van de tentoonstelling in S.M.A.K. loopt de bezoeker langs een grote sculptuur. Ze stelt een pop voor die door Geys wordt gebruikt als instrument bij het “trachten te begrijpen” van reflecties over kunst opgesteld in een ondoordringbaar jargon. Bij het lezen van dergelijke reflecties maakt hij er een gewoonte van om de complexe woorden te markeren en ze nadien over te schrijven op de sculptuur. In S.M.A.K. wordt een selectie uit dit kunstkritisch jargon uitvergroot op de wand weergegeven. Sommige begrippen worden herhaald. Zelfkritiek. Zelfpromotie. Realisme. Het triviale. Medewerkers. Proletariaat. Werkende Klasse. Productie. De herhalingen lijken zich voor te doen als een boodschap, alsof Geys er discreet mee wil aangeven vanuit welke invalshoek zijn werk kan worden gelezen. Een idee dat meteen de strijd aangaat met de manier waarop hij zelf als kunstenaar in de wereld staat. Geys houdt er niet van geïnterviewd te worden om zijn werk toe te lichten. Hij is ervan overtuigd dat elke interpretatie iets toevoegt aan het debat. Daarom geeft hij de toeschouwer bewust geen leesrichting mee. Voor de tentoonstelling in S.M.A.K. moedigt hij de bezoeker aan om met het gepresenteerde werk een eigen verhaal te vormen.

Tentoonstelling-Jef-Geys,_b
Koffieonderleggersdagboek | (c) Dirk Pauwels

Hoewel Geys’ oeuvre geen vaste invalshoek voor interpretatie voorstaat, wordt het toch gekenmerkt door een constante vooringenomenheid met het banale. Merk op dat dit woord maar een letter verschilt met de plaatsnaam Balen. Dit Balen, waar Geys woont en werkt en waar hij jarenlang plastische kunsten aan de Rijksmiddenschool heeft gedoceerd, vormt een centraal referentiepunt in zijn werk. Zo worden zijn tentoonstellingen sinds 1969 vergezeld van zogenaamde “Kempens Informatiebladen”. Ook realiseert hij sinds enkele jaren het sterk met Balen verweven “Koffieonderleggersdagboek”, een reeks waarvoor hij tijdens zijn dagelijkse bezoeken aan Continue reading “n! – Over het werk van Jef Geys”

Presentie en presentatie (3) – Wat de waarheid ons zegt, zonder het lawaai van woorden

In dit derde deel van deze blogbijdrage belicht Martin Desloovere vanuit theatraal oogpunt opnieuw een sculptuur uit de S.M.A.K.-tentoonstelling rond Berlinde De Bruyckere: ‘J.L.’ (2005-‘06). Zowel de dramatiek van de sculptuur zelf, als die van de manier waarop het werk in de ruimte is opgesteld, worden scherper belicht. Het sluitstuk van een boeiende trilogie.

J.L.-dirk-pauwels_web
J.L. (2005-’06) (c) Dirk Pauwels

Ook de sculptuur ‘J.L.’ verkeert in een dualiteit die vergelijkbaar is met die van de sculptuur ‘Hanne’. De trapjes opstijgend en binnenstappend in de kabinetten van de bovenverdieping van het museum, zien we ons plots geconfronteerd met een beroerend beeld in de verte. Het is met één spot in de ruimte geïsoleerd en dit op een behoorlijk duistere plek. Een mens zit er te balanceren bovenop een ‘sokkel’ die bestaat uit twee op elkaar gestapelde en aan elkaar bevestigde houten zitkrukken. In zichzelf gerold, met sterk gekromde rug, helemaal binnenwaarts gekeerd, opzij beschermd door zeer dunne, krachteloos lijkende benen, de knieën helemaal tot op schouderhoogte opgetrokken. De huid van het personage is vaal van kleur, met hier en daar rood en blauw van bloed en aderen, kleuren die de laatste jaren steeds verfijnder ‘onderhuids’ door De Bruyckere worden aangebracht.

Ook deze figuur roept, naar mijn gevoel, in zijn eerste verschijning vooral breekbaarheid, ziekelijkheid en in zichzelf wegvluchtende angst op. Maar het spotlicht is ook hier zacht en warm – én – onthult dat Continue reading “Presentie en presentatie (3) – Wat de waarheid ons zegt, zonder het lawaai van woorden”

Presentie en presentatie (2) – Tussen fragiele schuchterheid en existentiële affirmatie

In het eerste deel van deze trilogie bracht Martin Desloovere een algemene schets over het belang van theatraliteit bij het werk van Berlinde De Bruyckere. Dit tweede luik neemt een eerste concreet voorbeeld onder de loep: de sculptuur ‘Hanne’ (2003).

Berlinde-De-Bruyckere_Hanne
Hanne (2003) (c) Mirjam Devriendt

Wanneer we een verduisterde zaal op de overloop van de bovenverdieping van S.M.A.K. binnenstappen, verschijnt plots tegen de achterwand, in het zachte, diffuse licht van een spot, de sculptuur ‘Hanne’. Ze staat op een schapje dat tegen de muur is bevestigd op ongeveer anderhalve meter hoogte, met de schouders een beetje opgetrokken en een wat gekromde rug, met een knik in de knieën en haar rechterzij tegen de muur aan.

De schuwheid van haar houding wordt versterkt door het lange haar dat ze voorlangs in haar armen houdt en dat tot helemaal onder haar knieën reikt. Gezicht en voorkant van het lichaam blijven verborgen. De kleur van de huid oogt overwegend vaalgrijs. Bij een eerste confrontatie openbaart deze figuur zich in haar breekbare naaktheid als ietwat ziekelijk en uitermate schuchter. Het lijkt wel alsof ze ‘in’ de muur zou willen kruipen, weg van de lege duisternis om haar heen, weg van de indringende blikken van de passanten.

Maar als we iets langer in de nabijheid van ‘Hanne’ vertoeven, wordt deze eerste en aangrijpende indruk, waarbij fragiliteit en eenzaamheid overheersen, mede verhevigd door de enscenering op het schap en in het warme spotlicht, gecounterd: ‘Hanne’ stààt er uiteindelijk wel. Ze verdwijnt ‘niet’ in of door de muur. Ze kan misschien zelfs, vanuit haar hogere positie en door spleetjes in het ‘haargordijn’ heen, op de bezoekers néérkijken. Ze bevindt zich daarboven in elk geval ook verheven boven het ‘aardse gedoe’ onder haar, in een sterke, existentiële affirmatie.

Presentie en presentatie (1) – Over Berlinde De Bruyckere en theatraliteit

Naar aanleiding van de S.M.A.K.-tentoonstelling ‘Berlinde De Bruyckere. Sculptures & Drawings 2000-2014’ belicht Martin Desloovere theatrale aspecten van de kunstenaars werken en de manier waarop ze haar oeuvre in scène zet. In dit eerste deel wordt een algemeen kader geschetst waarbinnen in twee volgende delen telkens op één sculptuur zal worden gefocust. Wordt dus vervolgd!

2005-2006,-J.L._lowres (c) Mirjam Devriendt
coverfoto monografie Berlinde De Bruyckere (c) Mirjam Devriendt

Laten we ons dit even voorstellen: in een theaterruimte is het helemaal donker, zowel het publieksgedeelte als het podium. Plots floept boven een personage een felle ‘lichtdouche’ aan: een eenvoudige ingreep, die echter met een behoorlijke dramatische kracht al veel over dat personage kan onthullen… Niet voor niets wordt de ‘openbaring’ of ‘verschijning’ beschouwd als één van de centrale elementen van theatraliteit (de term wordt hier gebruikt in essentie, dus los van connotaties als “bombastisch” of ”overdreven”). Deze eerste indruk van het personage wordt mee bepaald door hoe hij of zij is aangekleed, door welke eigenschappen kunnen worden afgeleid uit gelaatsuitdrukking, houding, eventuele eerste woorden, enz.

De mensenbeelden van Berlinde De Bruyckere spreken uiteraard niet, althans niet met gewone woorden, maar ze zeggen misschien net daarom des te meer. Continue reading “Presentie en presentatie (1) – Over Berlinde De Bruyckere en theatraliteit”

Troostend gekrabbel aan de krassen op mijn ziel

Sinds kort biedt S.M.A.K. een nieuw publieksformat aan: ‘Art to Body & Mind’, een intense interactieve workshop die je tentoonstellingen sterker vanuit je buik doet beleven en je vanuit je persoonlijke blik tot spreken brengt. Een filosoof, een lichaamstherapeute en een kunsthistorica geven de voorzet maar laten de dingen vooral gebeuren. Kort voor eindejaar nam Arjan Sohier deel. Hier lees je zijn verslag.

ATB&M_beeld-web

Na afloop was ik blij dat ik geweest was. Zelfs opgelucht. Wat een overweldigende tentoonstelling.

Ik had niet veel zin om naar Berlinde De Bruyckere in S.M.A.K. te gaan. Op vakantie in Londen had ik ooit een kleine tentoonstelling rond haar werk meegepikt. Op vakantie pik ik altijd iets mee. Zo gaat dat. Maar die droevige, zo zwaarmoedige beelden: dode paarden, bleke mensachtige beelden uit was… Dit was wel mijn vakantie hè. Snel snel ging ik van zaal naar zaal om net op tijd met een Ricard op het terras van het museum in het zonnetje te gaan zitten. Gelukkig bleef de kunst niet teveel hangen. Het was ook veel te mooi weer om binnen te blijven. En wie kon het weten, maar misschien zou het morgen wel regenen. In Engeland moet je van iedere straal zon genieten.

Bij Berlinde De Bruyckere weet je dat ze krassen op je ziel naar boven brengt. Maar ik ben niet zo’n krabber aan de krassen op mijn ziel. De kranten schreven dat de tentoonstelling ‘troost’ biedt. Wat heb je daaraan? Ik heb geen troost nodig. Als ik niet aan pijnlijke dingen denk, dan zijn ze er niet. Weg. Fwiep! Voor mij is troost een beetje als spijt. En ik zeg vaak: ‘Spijt is wat de koe schijt’. Daarmee is de kous af.

Natuurlijk is dit niet echt zo. Die krassen op mijn ziel zijn mijn dierbaarste bezit. Al wil ik wel zoveel mogelijk zelf kiezen op welk moment ik ze voel. Mijn krassen vragen een bijzondere benadering.

De uitnodiging die ik een tijdje geleden van S.M.A.K. kreeg was iets bijzonders. Continue reading “Troostend gekrabbel aan de krassen op mijn ziel”

Berlinde De Bruyckere. Verlijden tot een streling.

In S.M.A.K. vindt de eerste grote solotentoonstelling sinds jaren in België van Berlinde De Bruyckere plaats. Paarden hangen in de lucht, er spoelt een potvis aan, bomen groeien in kasten, bloederige geweien hangen aan de muur en torso’s zitten op krukken. Wie het verband vindt, wil het gebruiken. Maar we zijn in een museum: kijken mag, de gewonden verbinden niet.

door Bob Vanden Broeck

‘Ik kende de blik die ze dan had: het was de onderdanige, droevige blik van een ziek dier dat zich een paar passen van de meute verwijdert, zijn kop op zijn poten legt en zachtjes zucht, omdat het voelt dat het verloren is en weet dat het van de kant van zijn soortgenoten volstrekt geen medelijden hoeft te verwachten.’ – Michel Houellebecq, Mogelijkheid van een eiland

Een ruime zaal, maar toch krijg je het gevoel dat de muren naar elkaar toeschuiven, dat het plafond zachtjes naar beneden zakt, dat er uit alle openingen in de zaal plots raven, draken en bezemstelen zullen vliegen. Hier begint de tentoonstelling. Vier kasten staan in de white cube, glazen vitrinekasten, zoals je die vindt in een zoölogisch museum. Aan de muren prijken tekeningen. Onder een glazen stolp liggen gedeformeerde lichamen, gemaakt van was. Man noch vrouw noch mens. En toch al te menselijk. Hoewel van was, lijken het marmeren sculpturen, piëta’s. De Bruyckere pompt bloed in haar wassen beelden en kleurt ze met het rood van Titiaan. Hard marmer tegenover boetseerbare wax, beitels tegenover vingers.

63_vandenbroeck_Berlinde De Bruyckere in het SMAK 2_700.jpg
Berlinde De Bruyckere, Kreupelhout – Cripplewood (2012-’13), (c) Dirk Pauwels

De torso’s liggen onder een glazen stolp, historische relieken bijna. Kronkelende restanten, even luguber als sensueel. Continue reading “Berlinde De Bruyckere. Verlijden tot een streling.”

‘De Laatste Steen van België’ verhuisd

Jarenlang was ‘De Laatste Steen van België’ (1979), een kunstwerk van architect, urbanist en kunstenaar Luc Deleu (°1944, Duffel, B), geïntegreerd in de wand achter de S.M.A.K.-balie. Een tijdje was hij uit het zicht verdwenen. Maar nu is hij opnieuw te zien en wel als allereerste kunstwerk wanneer je S.M.A.K. binnenwandelt.

de laatste steen
Luc Deleu, ‘De Laatste Steen van België’ (1979), collectie S.M.A.K., schenking Wanda Reiff 1996

Met ‘De Laatste Steen van België’ hekelt Luc Deleu op een ludieke manier de bouwwoede in ons land. Vanuit het idee dat België decennialang werd volgebouwd met ondoordachte bouwsels die worden verward met architectuur de naam waardig, ontwierp hij een ‘laatste steen’. Deze steen werd ingemetseld aan de ingang van S.M.A.K., een publiek gebouw en een plek waar je normaal een ‘eerste steen’ verwacht.

Architectuur is voor Luc Deleu een vorm van beeldend, sculpturaal en politiek denken dat diepgaand reflecteert over de verhouding tussen publieke en private ruimte. In 1970 stichtte hij T.O.P. office: een studiebureau rond stadsontwikkeling en architectuur. Vertrekpunt, motivatie en doel van het bureau waren het bevragen van architectuur en urban design en de maatschappelijke positie en functie ervan. Al snel raakte Deleu ervan overtuigd dat onze steden in veel opzichten zouden verbeteren als de ruimtelijke impact van (ge)bouwen zoveel mogelijk zou worden gereduceerd. Vooral minder bouwen was de boodschap. De razendsnelle evolutie van communicatie en mobiliteit zou het, volgens Deleu, mogelijk maken om opnieuw een meer nomadisch leven te leiden. Bijgevolg zouden fysieke gebouwen aan belang verliezen. De eerste projecten van T.O.P. office benadrukten dan ook de rijke mogelijkheden van mobiliteit in het nadeel van de starre onbeweeglijkheid van vastgoed. Ze spraken het privilege van gebouwen als leef- en werkaccommodatie tegen.

Samen met zijn echtgenote Laurette Gillemot (°1946) en enkele medewerkers ontwikkelt Deleu nog steeds visionaire, soms naar het utopische neigende ideeën rond urbanisatie waarbij spitsvondig wordt ingespeeld op de ecologische, economische, culturele, sociale, geografische en bestuurlijk-politieke realiteit en toekomst.

… en toen werd Kreupelhout een Sprookjeswoud

door Annelies Vantyghem

Niet zo lang geleden, op een zondag in november, was er de magische ‘Kunstendag voor Kinderen’ en rilde er over de gevelde stronk en dorre takken van Berlinde De Bruyckeres sculptuur ‘Kreupelhout’ een gouden schittering. Kinderen van alle leeftijden met goede ogen en oren kwamen bergen over, voeren de langste rivieren af en reisden kriskras door alle landen om zich in S.M.A.K. knusjes op hun zitkussen te nestelen rond jeugdschrijver Bart Moeyaert. Met zijn verhaal ‘Luna van de boom’ bracht Bart het tere, kreupele hout van Berlinde even tot leven als een betover(en)de sprookjesboom die deed denken aan Ogentroost of Zielenrust of Harmonie.

Bart Moeyaert_blog-3a
(c) foto David Van Hecke

“Van alle koningen was deze koning de rijkste.” Zo opende Bart blootvoets zijn verhaal over een steenrijke koning die zich het hoofd brak over de wonderlijke boom in het midden van zijn tuin. De koning had zijn duurste schatten over voor een beetje informatie, en toen vernam hij via een oude man dit:

“De boom geeft zijn geheimen nooit prijs. In de hele wereld is er maar één boom als deze, en van de vruchten kunt u alleen maar dromen. Als kind heb ik van mijn oude oom gehoord dat de boom bij de eerste klokslag voor middernacht gouden knoppen krijgt, bij de vierde klokslag gouden bloesems, en bij de achtste gouden vruchten. Nog voor de laatste klokslag van twaalf uur is weggestorven, zijn die gouden vruchten al geplukt, en niemand weet door wie.” *

Berlinde De Bruyckere_S.M.A.K. 2014_©DirkPauwels_18
(c) foto Dirk Pauwels

Zodra de koning hoorde dat er met de boom goud te rapen viel, begon de hebzucht aan zijn neus te kriebelen. Eén na één stuurde hij zijn drie zonen op de boom af. En zoals het in sprookjes hoort, slaagde de derde prins in zijn opzet. In afwachting van het korte, precieze plukmoment van de gouden vruchten, richtte hij in tegenstelling tot zijn oudere broers geen vorstelijk feest in, maar ging hij rustig alleen onder de boom zitten en speelde op een zelfgesneden wilgenfluitje recht uit zijn hart een melodie die deed denken aan Ogentroost of Zielenrust of Harmonie. En toen begon het verhaal zich pas helemaal buitengewoon wonderlijk, zalig warm, superspannend, ongemeen grappig en verrukkelijk vertederend te ontrollen. We kunnen enkel nog verklappen dat de wens van de jongste prins zo mooi was dat zelfs de duivels een handje hielpen zodat ze uitkwam.

Tijdens Barts performance hoorden we in de ruisende wind gouden blaadjes ritselen en duivels konkelfoezen en gniffelen, zagen we de vrienden van de oudste prinsen voor onze ogen naar de gouden vruchten graaien en stegen we met de wind in onze haren haast mee op met de jongste prins richting Zwarte Stad. Hoe Bart ons dit mooie verhaal bij het kunstwerk ‘Kreupelhout’ deed beleven, zal een levendige herinnering blijven. Nu rest er alleen nog het prachtige prentenboek met de cd waarop Bart het verhaal voorleest, maar ook dat is zaligmakend!

* uit: ‘Luna van de boom’ (2000), een Slovaaks sprookje anders verteld door Bart Moeyaert met illustraties van Gerda Dendooven. ISBN 90-805417-1-0

Over Jean Schwind en de pastiche die kunst werd

In de context van de tentoonstelling ‘Schwind Foundation | Retrospectieve Jean Schwind’ gaan Hans De Wolf en Jan Ceuleers komende zondag 9 november om 12u in S.M.A.K. in gesprek over het belang van ‘appropriation’ in de actuele kunst en de rol die Jean Schwind daarin speelt. Prof. dr. Hans De Wolf doceert esthetica en kunstwetenschappen aan de VUB en is ook curator, onder meer van de tentoonstelling Master Mould and Copy Room in het CAFA Art Museum, Beijing, 21 oktober – 23 november 2014. Jan Ceuleers is onafhankelijk onderzoeker, maker van deze tentoonstelling en auteur van de bijhorende catalogus en website. Om u met dit gure herfstweer alvast warm te maken voor dit gesprek over de ‘bad boy’ van de Belgische kunst, dat zich ongetwijfeld geanimeerd en met de nodige, aan het onderwerp verschuldigde, ironie zal ontwikkelen, zetten wij graag het artikel in de kijker dat over deze tentoonstelling in rekto:verso verscheen:

door Joris D’hooghe

Het Gentse S.M.A.K. brengt met de retrospectieve Schwind Foundation een overzicht van de praktijk van Jean Schwind: een tegendraadse figuur die zich aan het begin van de jaren 1970 met een reeks artistieke ‘toe-eigeningen’ in de marge begaf en die het artistieke systeem van binnenuit wilde ontmantelen. Deze auteur van anti-kunst blijkt vandaag echter zelf één van de schakels in de Belgische kunst. Of hoe de beeldenstormer zelf tot kunstenaar verwerd.

Mysterieus, vluchtig (…)

63_D'hooghe_Jean Schwind_A notre cher art belgeSchwind, 1972_1975.jpg
Jean Schwind, A notre cher art belge/Schwind, 1972-1975

“A notre cher art belge.’ Wie de tentoonstelling Schwind Foundation betreedt – een initiatief van boekhandelaar Jan Ceuleers, die al jaren gefascineerd is door het personage Jean Schwind en die heel wat materiaal wist op te graven –,wordt verwelkomd met een boodschap die de teraardebestelling van de Belgische kunst suggereert. De woorden staan gedrukt op een tricolore lint, statig gedrapeerd over een zwart gespoten bloemstuk. Een rouwkrans als kunstwerk die de bezoeker meteen duidelijk maakt dat de maker zich niet vrijblijvend aan zijn artistieke praktijk heeft gewaagd. De naam Jean Schwind is het pseudoniem van filoloog, academicus en redacteur Jean Warie, die in 1969 met de tentoonstelling Schwind in de Brusselse Galerie Fitzroy het begin aanduidde van een artistieke loopbaan die zeven jaar zou duren. In deze periode stelde hij naast brutale erotische tekeningen ook een reeks pastiches van succesrijke kunstwerken tentoon. Gegroepeerd onder de noemer ‘hommages’ of ‘appropriations’ en letterlijk gepresenteerd als ‘collecties’, eigende hij zich de oeuvres toe van bekende kunstenaars als Marcel Broodthaers, Lucio Fontana en les nouveaux réalistes. Criticus Wim Van Mulders omschreef de interventies die zo tot stand kwamen als ‘anti-werken (…) die niet zozeer een kopie waren maar veeleer de constanten van bekende tendensen trachtten aan te duiden’. In mei 1976 verscheen een fictief overlijdensbericht in het tijdschrift +/-0 revue d’art contemporain: ‘Monsieur Jean – F. Warie SCHWIND – sans profession – décédé accidentellement à Survilliers (Seine – St. Denis).’ Een aankondiging die, aldus Van Mulders, ‘als de uiterste consequentie geldt van het pasticheren van het einde van een artistieke loopbaan.’ Continue reading “Over Jean Schwind en de pastiche die kunst werd”

Performance ‘Romeu My Deer’ door Romeu Runa

In het kader van de tentoonstelling ‘Berlinde De Bruyckere. Sculptures & Drawings. 2000 – 2014’ bracht de Portugese danser Romeu Runa (°1978, Cova de Piedade) afgelopen weekend in S.M.A.K. de bijzonder intense performance ‘Romeu My Deer’. Sinds de Bruyckeres ontmoeting met de Gentse choreograaf Alain Platel speelt dans een belangrijke rol in haar oeuvre. Platel bracht de kunstenaar in contact met Runa. Ze vertaalde zijn gespierde lichaam in een reeks tekeningen en sculpturen van verwrongen, muterende figuren met geweien, waarvan de titel – ‘Romeu My Deer’ – verwijst naar de naam van de danser. Runa liet zich van zijn kant inspireren door het werk van De Bruyckere en creëerde een performance die tot nu enkel in Londen in 2012 was te zien bij de voorstelling van de publicatie ‘Romeu My Deer’.

door Annelies Vantyghem

romeu my deer - performance - foto Nele De Roo
(c) Foto Nele De Roo

“Uit Actaeons met water besprenkelde hoofd ontsproot een levensgroot gewei. Hij kreeg ook de nek van een hert, puntige oren en zijn armen en benen veranderden in poten. Hij werd een hert.” *

Met lichte tred betreedt Romeu Runa ontspannen maar geconcentreerd de museumzaal. Onbewogen ontkleedt hij zich om vervolgens onverstoorbaar zijn tijd te nemen om zich voor de performance op te laden. Zijn blik focust op De Bruyckeres geweisculpturen die neerwaarts aan de muur hangen. Als vanzelf verstilt het publiek bij de aanblik van de danser die geleidelijk in trance verdiept raakt. Runas hoofd pompt zich vol bloed tot het verzadigd rood aanloopt. Langzaam komt zijn pezige, krachtige lichaam in beweging. De twee delen van het wassen gewei worden van de muur afgehaakt. Wanneer Runa ze voor zijn gezicht houdt alsof de geweien uit zijn oogholten groeien, wordt hun vlezigheid één met de huid van de danser. Voor onze ogen doet Runa in naadloos ineenvloeiende fases een onwaarschijnlijk waar fabeldier ontstaan, opstaan en vergaan. Het akelig holle geschreeuw en het eindbeeld van de borstkas die in een steeds trager ritme opbolt en ineenzakt, zinderen nog na.

* Fragment uit ‘Diana en Actaeon’, een Metamorfose van Ovidius, waarin Diana, godin van de jacht, jager Actaeon ter bestraffing in een hert verandert, nadat hij haar ongewild naakt had zien baden.

De performance ‘Romeu My Deer’ wordt herhaald op 10 en 11 januari 2015.
Telkens om 19:00. Duurtijd: 35 min. Max. 100 personen per avond.
Prijs: 20 euro / Reductietarief Vrienden v/h S.M.A.K. of lerarenkaart: 15 euro.
Inschrijven? Stuur een mail naar leen@smak.be, vermeld de datum en met hoeveel personen je komt. Nadien krijg je alle details om je plaats te garanderen.
De tentoonstelling ‘Berlinde De Bruyckere. Sculptures & Drawings. 2000 – 2014’ loopt nog tot 15.02.2015.